Willem Witsen Wintertafereel


 

Glijden tot het rondom ons kraakt

Smelt wat onze wereld nog bedekt

 

Nu zwieren we laten ons door ons

Leiden in steeds iets diepere voren

 

Glijden tot heel ons geraamte kraakt

De lach ons rond de mond bevriest

 

Nu dollen we stunten we denken we

Het zal wel duren niet eeuwig maar

 

Glijden tot niets nog herkenbaar

Niet meer terug te vinden we

Komen samen zonder identificatie

Brengen onszelf thuis draaien

Draaien tot het ons ten leste duizelt

Een ronde die almaar kleiner wordt

Klauteren de trap op warmen de handen

Beseffen nog koud dat we niet eeuwig we