30 augustus 2019 t/m 01 maart 2020

Variaties in klei

Dick Verdult, detail uit Bullshit defines architecture, 2015 (collectie Design Museum Den Bosch)

Bij het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC), sinds 2011 bekend onder de naam Sundaymorning@ekwc, kunnen gerenommeerde kunstenaars en aanstormende talenten naar hartenlust experimenteren met klei. Ter ere van het vijftigjarig bestaan van dit instituut, presenteert Gemeentemuseum Den Haag installaties van drie Nederlandse kunstenaars voor wie een verblijf op het EKWC van grote invloed is geweest op hun werk. Dick Verdult, Gijs Assmann en Maartje Korstanje gingen ieder vanuit hun eigen autonome praktijk het avontuur aan met keramiek. Hun werk getuigt van een veelzijdigheid in het toepassen of integreren van keramiek, waarbij maakplezier en experiment centraal staan.

Dick Verdult 

De installatie Bullshit defines architecture van Dick Verdult (1954) is ontstaan tijdens zijn werkperiode in het EKWC. “Ik bracht een hoop rotzooi als karton, hout, dekens en tape bij elkaar en bedekte deze met klei. Zodra de klei droog was haalde ik de draagelementen (de 'bullshit') er weer uit. Zodoende ontstond letterlijk Bullshit defines architecture. Maar het is natuurlijk ook een uitdrukking die iets zegt over onze samenleving. Het lichtelijk oorlogszuchtige karakter doet mij denken aan foto’s van Grozny, waar alles kapotgeschoten werd.” De installatie heeft een radiobestuurbare tank en een geluidsspoor die op dictatoriale wijze preekt over ‘Neurealistische Keramik’. Over zijn residentie: “De expertise van de mensen bij het EKWC zorgde ervoor dat grote teleurstellingen - zoals: ‘Oh nee, nu is het gescheurd! - uitbleven. Het hele ritueel van het pijnlijke wachten hoe een werkstuk uit de oven komt werd steeds een feest. Niet alleen bij mij, maar bij het overgrote deel van de deelnemers. Ik heb twee maanden genoten, gespeeld en ontdekt.”

Gijs Assmann

De keramische sculpturen die Gijs Assmann (1966) toont, hebben de structuur van stillevens die bestaan uit stapelingen van herkenbare (gebruiks-)voorwerpen. "Als in 17e eeuwse Vanitas-schilderijen kunnen de voorwerpen als symbolen gelezen worden. De presentatie is een ode aan een zinnelijk leven, het lichamelijk denken en de noodzakelijke verbondenheid met de grote vragen van het leven. Een verlangen naar standvastigheid in twijfel." Over zijn verblijf in het EKWC: “Keramiek ligt aan de basis van mijn werk. De spanning tussen de directheid van klei en de technische kunde die het werken met klei vereist, biedt mogelijkheden om denken en maken in elkaar te vlechten. Ik heb drie maanden lang geweldig geconcentreerd en in rust kunnen werken en ideeën en mogelijkheden in mijn werk kunnen testen.”

Maartje Korstanje 

Maartje Korstanje (1982) leek het interessant haar normale praktijk – waarin vooral het werken met karton centraal staat – te vertalen naar klei zodat er wellicht een wisselwerking zou kunnen ontstaan tussen de verschillende technieken en materialen. “Eerder maakte ik kleinere dingen van klei, maar nooit werkte ik op grote schaal met dit materiaal. Ik was benieuwd hoe de zwaartekracht inwerkt op hangende materie en hoe het materiaal vervormt door het toevoegen van veel gewicht. Als uitgangspunt gebruikte ik het presenteren van vlees, zoals in etalages van slagers in vroegere tijden. De gewilligheid van klei in tegenstelling tot karton was een verademing. Wanneer je iets met je handen vormt, blijft die afdruk zichtbaar, karton beweegt vaak weer een andere kant op. Door het werken met keramiek ben ik later in mijn dagelijkse praktijk karton meer gaan behandelen als boetseerbare materie, bijvoorbeeld door meer te gaan kneden. De beelden die in de tentoonstelling in Den Haag te zien zullen zijn, vormen de ‘harde kern’ van de ongeveer 20 beelden die zijn ontstaan tijdens de EKWC werkperiode. Het zijn hangende en liggende beelden, gepresenteerd op en aan houten constructies.”