25 maart 2006 t/m 11 juni 2006

K.P.C. de Bazel: ontwerper voor de elite

Persbeeld tentoonstelling K.P.C. de Bazel: ontwerper voor de elite
Karel Petrus Cornelis de Bazel (1869 – 1923) heeft in Nederland vooral als architect naam gemaakt. Hij bouwde talrijke landelijke villa’s in het Gooi en ontwierp het hoofdgebouw van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in de Amsterdamse Vijzelstraat. Minder bekend is dat hij ook op het gebied van de binnenhuiskunst zeer actief en invloedrijk is geweest. De tentoonstelling in het Gemeentemuseum brengt voor het eerst in de geschiedenis een representatief overzicht van De Bazels ontwerpen voor het interieur: kostbare meubelen en vernieuwend glaswerk. Egyptische kunstwerken

K.P.C. de Bazel begint zijn carrière als leerjongen bij een timmerman. In avonduren volgt hij de cursus bouwkunde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. In 1889 meldt hij zich als bouwkundig tekenaar aan bij het atelier van P.J.H.Cuypers, waar hij J.L.M. Lauweriks ontmoet. Bij een bezoek aan het British Museum in Londen in 1893 worden zowel Lauweriks als De Bazel gegrepen door de Egyptische en Assyrische kunstwerken die ze daar zien en natekenen. Een jaar later sluiten ze zich aan bij de Theosofische Vereeniging om in 1895 het 'Atelier voor Architectuur, Kunstnijverheid en Decoratieve Kunst' op te richten. Aanvankelijk zijn De Bazels meubelen nog neogotisch van aard. Onder invloed van de theosofie en kunst uit antieke cultuurperioden kiest de architect korte tijd later voor wiskundige ontwerpsystemen die leiden tot harmonieuze verhoudingen en klassieke proporties in het interieur. Na de eeuwwisseling vestigt De Bazel zich in Bussum, waar hij een eigen architectenbureau begint. In 1904 richt hij bovendien samen met C.A. Oosschot en K. van Leeuwen het meubelatelier De Ploeg op. De kostbare meubelen die aanvankelijk in deze Amsterdamse meubelwerkplaats worden vervaardigd, zijn opmerkelijk eenvoudig en strak van vorm. In latere jaren kenmerken de ameublementen zich door een synthese van classicistische en oosterse vormprincipes.

Totaalconcepten

Voor de rechtgeaarde theosoof De Bazel waren exterieur en interieur moeilijk te scheiden begrippen. Als het aan hem had gelegen dan had hij het liefst alleen ‘totaalconcepten’ geleverd. Hij zag het huis, maar ook de kamer, als een afspiegeling van de kosmos, waar alle onderdelen in harmonie met elkaar bestaan. Zijn clientèle, telgen uit voorname patriciersfamilies, industriëlen en kunstenaars, zag zijn prijzige, verfijnde ontwerpen echter vooral als statussymbool. Voor de circa zeventig particuliere woonhuizen die De Bazel gedurende zijn loopbaan ontwierp, leverde hij in twintig gevallen ook meubilair. Slechts een enkele keer werd het hele interieur naar zijn inzichten ontworpen. In 1909 vervaardigde De Ploeg voor de pas geboren prinses Juliana een kostbare, rijk versierde wieg. Vanaf 1915 maakte De Bazel vernieuwende ontwerpen voor de glasfabriek Leerdam. De Bazel bekleedt een nogal eenzame positie in zijn tijd, waarin – dankzij Berlage - de gemeenschapskunst school maakte. Maar ofschoon De Bazels ontwerpen geen volks uiterlijk hebben en alleen toegankelijk waren voor een kleine elitegroep, zijn ze toch onmiskenbaar producten van hun tijd. Ook De Bazel voerde een beschavingsoffensief. Hij was ervan overtuigd dat de wijsheid en de schoonheid van het goddelijke zich via de elite naar de lagere bevolkingsgroepen zou verspreiden.

Catalogus

Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie K.P.C. de Bazel (1869 – 1923). Ontwerpen voor het Interieur, geschreven door Yvonne Brentjens, samensteller van de tentoonstelling, en met een bijdrage van Titus M. Eliëns. De catalogus is te koop in de museumwinkel. Prijs € 29,95.

Tickets kopen