19 januari 2008 t/m 12 mei 2008

Hanns Schimansky

Persbeeld tentoonstelling Hanns Schimansky

De Duitse kunstenaar Hanns Schimansky (1949) oogst met zijn esthetische abstracte tekeningen met potlood, Oost-Indische inkt of krijt in zowel zijn geboorteland als daarbuiten veel bewondering. Op de meest uiteenlopende formaten papier tekent Schimansky in één adem lijnen en organische vormen uit de hand, in een poging de ongrijpbare intensiteit van het moment vast te leggen. Op zoek naar de grenzen die het papier aangeeft, kruipen zijn lijnen over het papier richting rand, vouw of hoek. Iedere tekening is een gecontroleerd samenspel tussen het “nu” en de energie die vrijkomt door de druk van de hand op het papier. Van 19 januari tot en met 12 mei 2008 toont het Gemeentemuseum Den Haag in Schimanskys eerste museale solotentoonstelling in Nederland, recent werk uit de serie Faltungen.


De in Oost-Duitsland geboren Hanns Schimansky geniet in eerste instantie een agrarische opleiding. Als autodidact begint hij, naast zijn werk als agrarisch ingenieur in een landbouwcoöperatie, met het tekenen van landschappen en portretten. Deze figuratieve start zal hij de rest van zijn leven meenemen als basis voor zijn werk. Hij legt zich toe op het tekenen met potlood en Oost-Indische inkt. Deze keuze heeft enerzijds te maken met de schaarste van schildermaterialen op het platteland in de DDR. Anderzijds is het ook zo dat Schimansky zich slecht kan vinden in de techniek van het schilderen. Met zijn streven het ogenblik te vangen en vast te houden, is het gebruik van verf en doek al snel te complex, te langdurig.

In de loop der jaren ontwikkelt hij verschillende manieren van werken, waarbij een van zijn opmerkelijkste het tot stand brengen van zijn Faltungen is. Eerst prepareert hij een groot vel papier aan beide kanten egaal met verf, waarna hij het opvouwt tot een klein pakket. Daarna ontvouwt hij het papier weer en maakt hij in de ontstane vlakken, aan de voor- en achterzijde,  tekeningen. De vlakken zijn hierbij de leidraad, ze dwingen een bepaald ritme af. Als hij daarmee klaar is, vouwt hij het papier op zo’n manier, dat er onverwachte en spannende confrontaties ontstaan tussen de betekende vlakken.  

Vanaf ongeveer 2000 doet kleur zijn intrede in het werk van Schimansky. De felle kleuren die hij kiest, staan vaak in groot contrast met het sobere zwart en grijs dat tot dan toe zijn werk overheerst. Met de komst van warme rode of koele blauwe vlakken verandert de sfeer van het beeld en vergroot hij de grafische energie van de tekeningen.

Binnen de beperkte technische middelen die hij zichzelf heeft opgelegd, heeft Schimansky een esthetische vormentaal gevonden die niet direct iets concreets voorstelt, maar die zeer toegankelijk is en anderen aanspreekt. Dit laatste blijkt ook uit het grote aantal tentoonstellingen en de vele artikelen die aan zijn werk zijn gewijd. Bij iedere expositie is er sprake van een nieuw samenspel van ruimte, licht en werk. Zo ook in de projectenzaal in het Gemeentemuseum waar de architectuur  van Berlage de tekeningen die afzonderlijk zo’n sterk grafisch karakter hebben, verbindt en samenbrengt zodat ze als geheel een bijzonder krachtige werking hebben. Bij de tentoonstelling verschijnt een geïllustreerde publicatie met een bijdrage van conservator Franz Kaiser bij Hatje Cantz.

Tickets kopen