25 november 2017 t/m 02 april 2018

González, Picasso en vrienden

Het is 1928 als Pablo Picasso (1881 - 1973) in Parijs bij zijn oude Spaanse vriend Julio González (1876 - 1942) aanklopt. Hij heeft de hulp van deze getalenteerde metaalbewerker nodig omdat hij een tweedimensionaal ontwerp wil omzetten in een metalen sculptuur. Het is de start van een intensieve samenwerking en de voortzetting van een bijzondere vriendschap.

Samen werken ze gedurende vier jaar aan verschillende sculpturen. De samenwerking is voor beide kunstenaars een belangrijke impuls in hun verdere ontwikkeling. Picasso vindt dankzij González nieuwe manieren van expressie in sculptuur, en voor González is de samenwerking een laatste zetje op weg naar een eigen stijl als kunstenaar. In de tentoonstelling van Gemeentemuseum Den Haag staat González’ ontwikkeling van ambachtsman naar avant-garde kunstenaar centraal. Met maar liefst 20 werken van Picasso wordt tevens hun vriendschap gevierd.

Van metaalbewerker…

Julio González komt al op jonge leeftijd met metaalbewerking in aanraking in de werkplaats van zijn vader in Barcelona. Het lijkt een logische stap om in de voetsporen van zijn vader en opa te treden en hij leert van zijn vader verschillende bewerkingstechnieken. Hij maakt decoratieve voorwerpen en sieraden waarmee hij meerdere keren in de prijzen valt. Desondanks ambieert hij een carrière als kunstschilder en toont zijn werk op salontentoonstellingen in Parijs. Om in zijn onderhoud te kunnen voorzien blijft González werkzaam als decoratief metaalbewerker. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog vindt hij een baantje in de Renaultfabriek waar hij een zeer geavanceerde lastechniek leert. Door dit alles beheerst González zijn metaaltechniek tot in de puntjes. Niet verwonderlijk dat Picasso, jaren nadat hun vriendschap was gedoofd, bij hem aanklopt om raad wanneer hij aan de slag wil met metaal.

…tot vrij kunstenaar

Van 1928 tot en met 1932 werken González en Picasso samen aan verschillende metaalsculpturen die aan Picasso worden toegeschreven. Dankzij de technische kennis van González komt Picasso tot nieuwe manieren van expressie. In eerste instantie zet González schetsen van Picasso om in ruimtelijk werk. Later, wanneer Picasso van González een aantal technieken zoals kloppen en lassen geleerd heeft, werken ze samen aan sculpturen, bijvoorbeeld aan het ruim 2 meter hoge sculptuur La Femme au jardin (1929). Mede onder invloed van deze samenwerking met Picasso maakt de 52 jarige González een enorme ontwikkeling door. Het werk dat hij vanaf die periode maakt, zou baanbrekend in de kunstgeschiedenis blijken te zijn. Van oudsher werd een beeld uit één stuk steen gehouwen of geboetseerd in klei en vervolgens gegoten in brons. González verandert dit langzame proces; door stalen onderdelen aan elkaar te lassen kan hij zonder tussenstappen direct een nieuw werk creëren.

González, Picasso en vrienden

Ook de zeer persoonlijke vriendschappen van Julio González met andere kunstenaars komen aan bod in de tentoonstelling. Bij Constantin Brancusi (1876 - 1957) werkte González een aantal jaar als assistent. Pablo Gargallo (1881 - 1934) die in 1923 al een beroep doet op González technische kennis, herkent zijn talent en moedigt hem aan om zich volledig op het beeldhouwen toe te leggen. Zijn schoonzoon Hans Hartung (1904 - 1989) maakt in 1938 in het atelier van González zijn eerste en enige sculptuur.

González en de Spaanse burgeroorlog

Hoewel González al rond de eeuwwisseling naar Parijs is verhuisd, blijft hij zich verbonden voelen met zijn Catalaanse roots. Een terugkerend thema in zijn werk is een onverschrokken Catalaanse boerenvrouw met een sikkel en een kind op de arm. Net als bij Picasso en andere Spaanse kunstenaars in die tijd, vinden de ontwikkelingen in de Spaanse burgeroorlog hun weerslag in zijn werk. In de loop van die oorlogsjaren, maar vooral na 1939, wanneer generaal Franco de macht grijpt, verandert González' onverschrokken vrouwfiguur van gedaante. Ze krijgt een schreeuwend, van angst vertrokken gezicht. Ze vertonen overeenkomsten met de schreeuwende figuren van Picasso’s Guernica (1937), waarvan enkele schetsen in de tentoonstelling te zien zijn. Ook González’ meer geabstraheerde 'cactusfiguren', die hij in 1939 maakt, hebben een opengesperde bek, maar stralen ook een grote kracht uit. Het is verleidelijk ze te zien als symbool voor de kracht van het Catalaanse volk dat standhoudt, ondanks de onderdrukking van Francoʼs regime.

González, Picasso en vrienden

Het is hoog tijd dat dit materiaal (ijzer) ophoudt een moordwapen of een eenvoudig werktuig der gemechaniseerde wetenschap te zijn. Heden ten dage staat de deur wijd open zodat deze grondstof moge doordringen tot het domein der kunst en door vredelievende kunstenaarshanden gehamerd en gesmeed moge worden.

- Julio González, 1932

Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt een gelijknamige publicatie met onder meer teksten van Tomás Llorens, Marilyn McCully en Laura Stamps (Uitgeverij Hannibal, €29,95).

Samenwerkingspartners

De tentoonstelling komt tot stand in nauwe samenwerking met Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid, die aan de vele bruiklenen bij hoge uitzondering ook het topstuk La Femme au jardin (1930-1932) van Picasso toevoegt, en het IVAM in Valencia, het kenniscentrum met betrekking tot Julio González. Ook het Musée Picasso en het Centre Pompidou in Parijs lenen genereus uit voor dit project. Gemeentemuseum Den Haag dankt Mondriaan Fonds en Fonds 21, zonder wiens steun deze tentoonstelling niet mogelijk zou zijn geweest.

Tickets kopen