21 november 2015 t/m 03 april 2016

Franse keramiek 1875-1945

Céramiques sublimes

Vanaf het einde van de 19e tot het begin van de 20e eeuw beleeft de Franse keramiek een bloeiperiode. In de jaren 1890 is haar positie uniek: in Frankrijk wordt de meest hoogstaande en progressieve keramiek van de wereld gecreëerd. De tentoonstelling Franse keramiek 1875-1945 - Céramiques sublimes in het Gemeentemuseum Den Haag biedt een prachtig overzicht van de Franse keramiekkunst vanaf haar ontstaan tot de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Niet alleen een lust voor het oog van liefhebbers van art nouveau en art deco, maar ook interessant voor kenners op het gebied van keramiek.

Franse keramiek 1875 – 1945 - Céramiques sublimes vertelt het verhaal van onafhankelijke kunstenaars. Van kunstenaars die niet of nauwelijks gebruiksgoed maakten, maar kunstobjecten van uitzonderlijk niveau. Het zijn deze kunstenaars, met pioniers als Chaplet, Delaherche en Carriès, die een voortrekkersrol speelden in een periode waarin de decoratieve kunsten een evenwaardige plaats verwerven naast de beeldende kunsten. Keramische objecten zijn in die tijd te zien op talrijke wereldtentoonstellingen, op de salons in Parijs en in exclusieve galeries en ze worden aangekocht door de grootste Franse en buitenlandse musea.

Oosterse invloeden - in eerste instantie met name uit Japan, later vooral uit China – waren essentieel voor het ontdekken van een nieuwe vormentaal. De Franse keramisten bleven continu zoeken naar vernieuwing en originaliteit. De art deco openbaarde zich zelfs voor het eerst bij een aantal Parijse keramisten. De inspiratie uit de natuur, typisch voor de art nouveau, werd toen verlaten. In beide periodes echter konden de Fransen tijdloze hoogtepunten bereiken. Ze kwamen tot een schijnbare eenvoud, gekenmerkt door pure vormen, nieuwe texturen en bijzondere glazuren. De Nederlandse keramist Bert Nienhuis beschreef in 1921 het werk van zijn Franse collega Emile Decoeur, een van de grootste Franse keramisten uit de 20e eeuw, heel treffend als ‘wondere schoonheden in glazuur en vorm’.

Tentoonstellingen rond dit thema zijn, zelfs in Frankrijk, zeldzaam. In ons land was het laatste uitgebreide overzicht in 1913 te zien in het Stedelijk Museum. Ruim honderd jaar later is het hoog tijd om deze keramiekkunst weer te tonen, mede naar aanleiding van het promotieonderzoek van Marc Lambrechts aan de Rijksuniversiteit Leiden. Er worden ruim 170 objecten getoond, afkomstig uit de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag en privébezit, maar ook uit collecties van het Rijksmuseum, het Design Museum Gent en de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

In de museumwinkel is een uitgebreid naslagwerk verkrijgbaar. L’Objet Sublime. Franse Ceramiek 1875 – 1945 is geschreven door M. Lambrechts en uitgegeven door Pandora Publishers in Antwerpen.

Tickets kopen