19 april 2008 t/m 22 juni 2008

De gebroeders Maris en de Haagse school

Persbeeld tentoonstelling De gebroeders Maris en de Haagse school

De gebroeders Maris
Tegelijkertijd met de tentoonstelling over de gebroeders Oyens, brengt het Gemeentemuseum een presentatie van het werk van de gebroeders Maris. De tentoonstelling laat zien dat Jacob Maris (1837 – 1917), Matthijs Maris (1839 – 1917) en Willem Maris (1844 – 1910) binnen de gelederen van de schilders van de Haagse School alle drie een eigen plek innamen. Jacob werd bekend met zijn landschappen en stadsgezichten, de stijl van Matthijs is te omschrijven als dromerig en fantasierijk, terwijl Willem vooral succes kreeg met zijn polderlandschappen met koeien en eenden.

Jacob Maris
Jacob Maris behoorde tot de Haagse School-schilders van het eerste uur. Zijn eerste inspiratie deed hij op bij de Duitse romantische illustrator Ludwig Richter. Daarna raakte hij geboeid door de vernieuwende opvattingen van de schilders van de School van Barbizon, die het werken naar de vrije natuur hoog in hun vaandel voerden. Het schilderen “en plein air” werd hun uitgangspunt. Jacob Maris paste dit toe in de bossen bij Oosterbeek, waar ook schilders als Gerard Bilders en Anton Mauve te vinden waren. In 1864 vertrok Jacob Maris naar Parijs om zijn carrière voort te zetten. In de omgeving van Barbizon maakte hij olieverfschetsen van rotslandschappen. In Frankrijk werkte Jacob Maris voor de kunsthandel Goupil. ‘Het breistertje’ is een voorbeeld van een typisch salonstuk uit zijn Parijse tijd. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 keerde Jacob naar Den Haag terug. Daar werd hij een van de belangrijkste figuren uit de Haagse School, die zich vanaf omstreeks 1875 begon te formeren. Jacob Maris werd een schilder van Hollandse landschappen en stadsgezichten, met een accent op het lichteffect van wolkenluchten. Matthijs Maris
Matthijs Maris had als jonge man, evenals zijn broer Jacob, belangstelling voor romantische onderwerpen. Tijdens zijn studiejaren in Antwerpen koos hij nog voor die stroming, maar in de jaren ‘zestig van de 19de eeuw volgde hij Jacobs voetsporen in de richting van Oosterbeek – dat ook wel het ‘Nederlandse Barbizon’ werd genoemd. In 1861 maakte hij een reis naar Duitsland en Zwitserland. Vooral zijn bezoek aan Lausanne, aan het meer van Genève, maakte een diepe indruk op hem. Matthijs was een dromer, voor wie de fantasie meer betekenis had dan de weergave van de werkelijkheid. In 1869 vertrok ook Matthijs naar Parijs, waar zijn broer inmiddels een eigen reputatie had opgebouwd. In tegenstelling tot Jacob keerde Matthijs niet naar Nederland terug. Hij bleef in Frankrijk en ontwikkelde een stijl, die steeds meer ging afwijken van die van de Haagse School. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in Londen, levend als een teruggetrokken zonderling, ondersteund door zijn kunsthandel Van Wisselingh. Willem Maris
Willem Maris kreeg les van zijn oudere broers en op de avondlessen van de Haagse Tekenacademie. In Oosterbeek raakte hij bevriend met Anton Mauve. Met Blommers reisde hij naar Duitsland en Noorwegen. Willem bleef in Nederland wonen en legde zich toe op zonnige polderlandschappen met koeien en eenden. Zijn werk vond internationaal veel waardering. Tot zijn leerlingen behoorden Poggenbeek en Breitner.

De gebroeders Maris waren alle drie begenadigde tekenaars en aquarellisten en ze droegen bij tot de bloei van de ‘Hollandse Teeken Maatschappij’ en het Haagse Schilderkundig genootschap ‘Pulchri Studio’.

Tickets kopen