28-04-2016

Gemeentemuseum verwerft groot schilderij van Lee Lozano

Het Gemeentemuseum Den Haag heeft met steun van de Vereniging Rembrandt en het Mondriaan Fonds het schilderij Slide, twee tekeningen en een schets van Lee Lozano (1930-1999) verworven. In tegenstelling tot het werk van haar vrienden Sol LeWitt en Carl Andre heeft geen enkel Nederlands museum werk van Lozano in de collectie. De Amerikaanse kunstenares is daarmee een van de best bewaarde geheimen van de naoorlogse avant-garde. Het Gemeentemuseum verzamelt internationale kunstenaars uit de periode 1960-1980, die nog weinig of niet in Nederlandse en zelfs internationale musea te zien zijn. Deze nieuwe aanwinst past in de ambitie van het Gemeentemuseum om deze kunstenaars een nieuw podium te bieden. 

In een periode van slechts tien jaar ontwikkelt Lee Lozano zich van een figuratief kunstenaar, naar een abstract schilder, om via een flirt met de minimal art te eindigen als overtuigd conceptueel kunstenaar. Haar carrière is daarmee de ontwikkeling van de moderne kunstgeschiedenis in een notendop. Het kunstwerk Slide, verworven met steun van de Vereniging Rembrandt, mede dankzij haar Titus fonds en haar Themafonds Moderne en Hedendaagse Kunst, en het Mondriaan Fonds, is een van haar beroemde Verb Paintings. In deze abstracte schilderijen laat Lozano kleurvlakken, panelen en verfrichtingen met elkaar wringen, botsen en glijden in één seksueel geladen geheel. 

Mannelijke dominantie 

In 1961 maakt Lee Lozano haar entree in de New Yorkse kunstwereld met tekeningen en schilderijen die bol staan van de penissen en vagina’s, vaak in combinatie met elektrische apparatuur. Afstoten en aantrekken zijn hierbij belangrijke thema’s. De ene keer neigt een stekker naar een vagina, op een andere tekening is een munt op zoek naar een spaarpotgleuf, die zich tussen de benen van een vrouw bevindt. Ze leveren kritiek op een door mannen gedomineerde maatschappij, waarin seks een middel is om de vrouw te onderdrukken. In latere werken krijgt gereedschap een steeds centralere rol. Eerst boren, hamers en tangen. Later details als schroeven, moeren en bouten. 

Abstractie: verb paintings en wave series 

Haar werken worden steeds abstracter, al zijn gereedschappen in hun meest basale vorm nog herkenbaar. De schilderijen dragen werkwoorden als titel, zoals Lean, Pitch en Slide. Deze verb paintings, gemaakt tussen 1964 en 1967, vormen een belangrijke fase in Lozano’s ontwikkeling. Ze tonen langgerekte kegels, langs zorgvuldig uitgemeten diagonale lijnen. Haarscherp geschilderde vormen lijken langs elkaar heen te bewegen. Een beweging die niet stopt aan de randen van het doek. De abstracte stijl van schilderen culmineert daarna in de Wave Series (1967 – 1970) een serie abstracte schilderijen over de natuurkunde van het licht (een elektromagnetisch golfpatroon). 

Verdwijnen in de conceptuele kunst

Gaandeweg verschuift haar focus naar Language Pieces: geschreven documenten over artistieke acties of ideeën. Voor het werk Dialogue Piece (1969) nodigt Lozano bijvoorbeeld de kunstenaars Robert Smithson en Carl Andre uit om in haar atelier een discussie te voeren over een niet van tevoren vastgesteld onderwerp. De notulen van deze acties vormen het kunstwerk. Omdat ze geen tastbare kunstwerken meer maakt, verslapt de aandacht van de kunstmarkt. Met het werk Drop out Piece (1971) besluit ze uit protest de kunstwereld volledig de rug toe te keren. 

Door de kunstwereld genegeerd

Directeur Benno Tempel: “Slide is een unieke aanwinst voor de Collectie Nederland. Met de verwerving van werken van Lee Bontecou, Paul Thek, Louise Bourgeois en Fred Sandback bouwen we aan een uitmuntende collectie van internationale kunstenaars die in de jaren zestig zijn gevormd. Dit zijn vaak kunstenaars die lang zijn genegeerd, omdat ze niet pasten binnen de grote kunststromingen. Het Gemeentemuseum heeft de ambitie deze kunstenaars in Nederland een nieuw podium te bieden.” Slide van Lee Lozano is bovendien niet alleen een belangrijke aanvulling op de groep recente aankopen van herontdekte kunstenaars uit dezelfde periode; ook in relatie tot andere deelcollecties zoals de minimal art van het Gemeentemuseum vervult het een verbindende rol.”