Montelbaanstoren (Witsen)

De aanzet tot zien

is uitzien. Een overzijde

van krappe behuizing

een onverlaatbare kamer

 

Het licht bijt zich vast

op de toren, de wachtende

boten, wie zal nog komen?

ongeacht het baken, de belofte

 

in zich dragend, het begin van zien

dat verbindt, het betengelde thuis

met een van de uitkijkers op de brug

tegenover; hoezeer het tast dit gezicht