Kleuren & De Stijl

In zijn schilderijen was kleur een belangrijk gegeven voor Piet Mondriaan. De geschiedenis kent een breed scala aan kleurtheorieën, van wetenschappelijk tot puur subjectief. Op 28 augustus in 1749 werd de Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe geboren. Beroemd geworden met het toneelstuk Faust en de roman Het Lijden van de Jonge Werther, was hij ook werkzaam als wetenschapper en filosoof. Zo bedacht hij een kleurtheorie, die van grote invloed was op de kunstenaars van De Stijl, met name Mondriaan.

Psychologie van kleur

In 1810 publiceerde Goethe het boek Farbenlehre, waarin hij pleit voor een psychologische benadering van kleur, in plaats van een puur wetenschappelijke benadering. Volgens Goethe komt kleur tot stand als licht door duisternis wordt onderbroken. Hij visualiseerde deze gedachte in schematische tekeningen waarin een donker en licht vlak vlakbij elkaar zijn geplaatst, met daar tussenin een of meerdere stroken kleur.

Farbenlehre

Goethe benoemde drie fundamentele, primaire kleuren: rood, geel en blauw. Als deze bij elkaar worden geplaatst, ontstaat er een sterke harmonie. Deze kleuren brengen het beste in elkaar naar boven. Harmonie tussen primaire kleuren is sterker dan wanneer er bijvoorbeeld verschillende tinten van een kleur dichtbij elkaar worden geplaatst. Binnen de theorie van Goethe zijn er twee soorten kleur: symbolisch en allegorisch. Symbolische kleur komt overeen met de kleuren van de dingen in de zichtbare werkelijkheid. Allegorische kleur is daarentegen gebaseerd op conventie. Zonder kennis hiervan is de betekenis van deze kleur niet direct te begrijpen.

Navolging

Tijdens zijn leven vond de kleurentheorie van Goethe weinig navolging. Hoewel hij de kleurencirkel van Isaac Newton als uitgangspunt nam, bleef de subjectieve benadering de boventoon voeren. De Britse schilder William Turner was een van de weinige kunstenaars die er interesse in had. In de twintigste eeuw kreeg Goethe meer erkenning voor wat hij zelf zijn belangrijkste werk noemde.

Mondriaans kleurgebruik

Zo werd Piet Mondriaan in zijn ideeën over kleur beïnvloedt door de theorie van Goethe. Al in een brief uit 1909 verwijst Mondriaan naar het feit dat kunstenaars zo puur mogelijke kleuren zouden moeten gebruik en dat contrastkleuren naast elkaar horen. Als in 1917 het tijdschrift De Stijl wordt gelanceerd, refereert Mondriaan expliciet in zijn bijdragen naar Goethe. Hij stelt dat kleur ontstaat op het moment dat licht door duisternis wordt onderbroken.

Harmonie

Toch ontwikkelt Mondriaan zijn eigen ideeën over harmonie. Alles dat doet denken aan harmonie zoals die zich manifesteert in de zichtbare werkelijkheid, dient te worden vermeden. In de nieuwe harmonie, zoals Mondriaan die nastreeft, worden primaire kleuren in verschillende verhoudingen tot elkaar geplaatst. Dit moet gebeuren zonder dat de esthetische harmonie verloren gaat. Mondriaan volgt Goethe wel in het idee dat vorm als zodanig niet bestaat. Vorm is enkel de uitdrukking van de verhoudingen tussen de kleuren op het schilderij. Zo legt Mondriaan de nadruk op het feit dat zijn kunst om onderlinge verhoudingen tussen de verschillende beeldelementen gaat, die samen een perfecte harmonie vormen.

Primaire kleuren

Mondriaan kiest uiteindelijk radicaal voor het gebruik van de primaire kleuren: rood, blauw en geel, en de zogenoemde niet-kleuren: zwart, wit en grijs. Al in zijn eerdere, figuratieve werk experimenteerde hij met composities waarin overwegend primaire kleuren zijn te zien. Kijk maar eens goed naar het schilderij Molen; Molen bij Zonlicht (1908) of het doek Avond; De Rode Boom (1908-1910). Maar de reacties van de kunstcritici op deze kleurrijke werken was zo negatief, dat het lang zou duren voordat Mondriaan er weer bij terugkeerde. Pas als hij in 1919 teruggaat naar Parijs - na vanaf 1914 in Nederland te hebben gebivakkeerd - begint hij in zijn abstracte doeken met puur primaire kleuren te werken. Eerder was, volgens Mondriaan, het Nederlandse publiek nog niet toe aan zijn moderne kleurgebruik.