‘Ik ben geen Hasselblad-mannetje’

Gerard Fieret (1924-2009) wilde de wereld in beeld brengen. Alles wat  hem kon boeien, fotografeerde hij. Een niet-hiërarchische nevenschikking der dingen was zijn doel en in tien jaar tijd maakte hij tienduizenden foto’s die zíjn wereld pogen te omvatten.

Fieret zag zichzelf niet als fotograaf maar als ‘fotograficus’. Een graficus heeft macht over de techniek en zet die naar zijn hand, terwijl een fotograaf in Fierets ogen iets dient te communiceren. Hij verwoordt hiermee zijn ongemak jegens de gevestigde fotografenorde: hij behoort er niet toe, hij voelt zich anders. ‘Ik ben geen Hasselblad-mannetje,’ verzuchtte hij eens. In zijn nalatenschap werden acht goedkope Praktica-spiegelreflexcamera’s aangetroffen, veelal kapot.

Als geen ander koesterde en verdedigde Fieret zijn individualistische benadering van zowel het medium fotografie als zijn visie op de hem omringende wereld. Hij voelde zich solitair en onbegrepen. En aangevallen. Fierets woede-uitbarstingen zijn legendarisch. Een maffia (‘de fotolobby’) zou het op zijn autonome werkwijze en eigenzinnige oeuvre hebben voorzien om hem vervolgens als knoeipot weg te zetten. Ook voor experimenteel ingestelde zielsverwanten heeft hij geen goed woord over: ze stelen zijn ideeën of, nog erger, ontvreemden zijn negatieven en prints om die als eigen werk te exposeren.

In het slagveld van verwensingen en verdachtmakingen stond één zaak nooit ter discussie, ook bij zijn vakgenoten niet: zijn brutale onbevangenheid om de technische en beeldende grenzen op te zoeken van het medium fotografie.

In de Fieret-collectie bevinden zich alle voorbeelden van doka-trucs die de Haagse fotograaf ooit heeft beoefend, van solarisaties, reticulaties, dubbelbelichtingen van zowel negatief als op papier, kort- en langbelichtingen, grove uitsneden, collages, samenstellingen, twee halve opeenvolgende negatieven afgedrukt op één vel papier, half negatief en de rest wit… De hele trukendoos komt langs, maar het merkwaardige is: het komt maar éven langs, waardoor alle experimenten een bevlieging lijken, zoals eigenlijk het hele fotografische oeuvre van Fieret een bevlieging lijkt die in de periode 1965-1975 heeft plaatsgevonden in een actief kunstenaarsleven van ruim vijftig jaar.

Nooit gunde Fieret zichzelf de tijd om thema’s en technieken uit te werken in series of edities. Geen print is dezelfde als de vorige, waarmee elke Fieret-foto een unicaat is. En als twee afdrukken al op elkaar lijken, dan is er nog de typerende ‘nabewerking’, de vele wild gekraste handtekeningen in viltstift en de copyrightstempels op de beeldzijde. Dit maakt Fierets werk in zowel letterlijke als overdrachtelijke zin uniek.

In de jaren 1980 maakte Fieret geen foto’s meer. Het schrijven van gedichten en het met viltstift betekenen van bierviltjes kwam ervoor in de plaats. De kunstenaar was vaak in een genereuze bui en gaf graag gesigneerde viltjes en fotokopieën weg aan de mensen die hij tegenkwam. In Fierets nalatenschap, die het Gemeentemuseum Den Haag in 2010 van de erven kocht, bevinden zich duizenden in naïeve stijl gedecoreerde bierviltjes, alsook enkele honderden vellen met fotokopieën van zijn foto’s.

Tot en met 10 september 2017 is in het Fotomuseum Den Haag een grote overzichtstentoonstelling te zien van het werk van Gerard Fieret. 

Auteur: Wim van Sinderen, Senior curator Fotomuseum Den Haag