Romantiek

1800-1850 is de periode van romantiek, een kunststroming én levenshouding waarin de emotie en het individu centraal staan. De denkbeelden van de romantiek zijn zichtbaar in politiek, filosofie en wetenschap, maar vooral in de literatuur, de muziek en de beeldende kunst.

Om de realiteit te ontvluchten schilderen romantische kunstenaars graag exotische en dramatische onderwerpen, zoals grootse berglandschappen, watervallen en stormachtig weer op zee. De schilderijen tonen een hang naar het verleden en een geïdealiseerde weergave van het heden. Maar juist omdat de romantiek een breed verschijnsel is, kan de schilderkunst uit deze periode niet aan de hand van stilistische kenmerken worden omschreven. De onderlinge verscheidenheid is groot, ook internationaal. Europese grootheden van de romantiek zijn kunstenaars als Delacroix en Géricault in Frankrijk, Constable en Turner in het Verenigd Koninkrijk en Friedrich in Duitsland. Nederland heeft niet één romantische kunstenaar met een vergelijkbare status voortgebracht. Volgens de algemene opvatting heeft Nederland zelfs geen echte romantiek gekend, de voorstellingen zouden te braaf zijn en te sterk verwant aan de schilderkunst van de zeventiende eeuw. Maar men kan ook stellen dat de Nederlandse romantiek een geheel eigen karakter heeft, met een helder kleurenpalet, gladde penseelvoering en een scherp oog voor detail.

Het Gemeentemuseum Den Haag beheert een belangrijke collectie schilderijen en tekeningen van Nederlandse kunstenaars uit de periode van de romantiek. Een aantal van deze werken, zoals van Cornelis Kruseman, Charles Rochussen, Wijnand Nuijen en Johan Daniël Koelman, is al gedurende de negentiende eeuw verworven. Deze schilders waren veelal de leermeesters van de kunstenaars van de Haagse School, waarvan het Gemeentemuseum een van de belangrijkste verzamelingen bewaart. Ook het vroege werk van Johan Barthold Jongkind, voorloper van het impressionisme, kan worden gerekend tot de romantiek.

Bekijk alles onder Romantiek