Glas tot 1880

Een zeventiende-eeuwse roemer met de Haagse ooievaar, een bokaal met een gedetailleerde voorstelling van een jager en een visser en een kelkglas met daarop een kunstig weergegeven muziekgezelschap. Het zijn enkele voorbeelden van glasobjecten in de gevarieerde verzameling Europees glas uit de periode 400-1900. De collectie bevat niet alleen het elegante Venetiaanse glas en het glas à la Façon de Venise uit bijvoorbeeld Frankrijk en de Nederlanden, maar ook het groene woudglas of Waldglas, de roemers, het gebruiksglas en de Spielerei (fopglazen) uit de noordelijke landen.

Naast de variëteit aan productieplaatsen kent de collectie een even zo grote diversiteit aan versiertechnieken zoals emailbeschildering, slijpwerk, diamantgravure, radgravure en de stippelgravure. In Venetië herleefde de techniek van de diamantgravure in de vroege zestiende eeuw. Waar de glasblazers daar zich beperkten tot hoofdzakelijk bloem- en bladornamenten, ontwikkelde zich in Nederland een stijl met naturalistisch weergegeven planten, dieren en mensen met schaduwwerking in de lichaamsbouw, een perspectivische weergave van landschappen en een juiste stofuitdrukking.
Het kalligraferen, het schoonschrijven op glas, bereikte een hoogtepunt in Nederland. De in Leiden werkzame Willem Jacobsz. van Heemskerk (1613-1692) geldt als een uitzonderlijke meester van de kalligrafie. Een andere, alleen in de Nederlanden gebruikte, techniek is de zogenoemde stippelgravure. Deze wordt beschouwd als de belangrijkste bijdrage van de Nederlanden aan de glaskunst. In de achttiende eeuw ontwikkelde de stippeltechniek zich tot een zeer hoog niveau. De gestippelde voorstellingen op het glas onderscheidden zich met al hun gradaties van dieptewerking en levendigheid nauwelijks van de schilderkunst. Achttiende-eeuwse hoogtepunten hiervan zijn de glazen van Frans Greenwood en David Wolff.

Vanaf zijn vroegste bestaan heeft het Gemeentemuseum Den Haag glas verzameld en door een gericht verzamelbeleid van de verschillende directeuren behoort deze unieke collectie tot de belangrijkste museale glasverzamelingen van Nederland. H.E. van Gelder – directeur van 1912-1941 – is hiermee begonnen en zijn interesse bleef niet beperkt tot een bepaalde periode of stijl. Van groot belang is het contact geweest tussen Van Gelder en de collectioneur W.J.H. (Pim) Mulier die een prachtige glasverzameling had. Ze trokken er vaak samen op uit om glas te kopen en adviseerden elkaar. Na het overlijden van Mulier in 1954 kreeg het museum zijn gehele glascollectie gelegateerd. Ook hierna heeft het museum verschillende belangrijke schenkingen en legaten van particuliere verzamelaars gekregen. Daarnaast is er tot op de dag van vandaag een actief aankoopbeleid gevoerd.

Van de glascollectie verscheen in 2009 een bestandscatalogus:
Jet Pijzel-Dommisse en Titus M. Eliëns, Glinsterend glas. 1500 jaar Europese glaskunst. De collectie van het Gemeentemuseum Den Haag, Den Haag/Zwolle 2009

Bekijk alles onder Glas tot 1880