Beeldhouwkunst

Van het Bronzen Tijdperk (1876) van Auguste Rodin, de Cactusman (1936) van Julio González, Large Locking Piece van Henry Moory, de draadsculpturen (1969) van Fred Sandback tot de CELL XXVI (2003) van Louise Bourgeois. Het Gemeentemuseum Den Haag bezit een uitzonderlijke collectie internationale moderne sculptuur.

Halverwege de 19de eeuw verkeert de beeldhouwkunst in een impasse. In tegenstelling tot de schilderkunst biedt de beeldhouwkunst in die tijd slechts geringe mogelijkheden om met kleur te experimenteren. Beeldhouwers werkten uitsluitend in brons en marmer. Daarnaast beperken de onderwerpen in de beeldhouwkunst in de negentiende eeuw zich tot het menselijk lichaam en het dier. Op het moment dat de beeldhouwkunst zich ontdeed van haar eeuwenoude functie als monument of als decoratie van architectuur, treedt de beeldhouwkunst in de twintigste eeuw uit de schaduw van de schilderkunst en vormt het een katalysator van de moderne kunst.

Beeldhouwkunst in het Gemeentemuseum

Ooit zei men dat Nederland geen land voor beelden was. Het tentoonstellingsbeleid van het Gemeentemuseum Den Haag toont wel anders. Sinds de jaren 1930 organiseert het museum toonaangevende tentoonstellingen op het gebied van moderne sculptuur. Zoals de grote Auguste Rodin tentoonstelling in 1930, de Minimal Art tentoonstelling in 1968, Constantin Brancusi (1970), Alberto Giacometti (1986) en de grote overzichtstentoonstelling ‘Van Rodin tot Bourgeois: sculptuur in de 20ste eeuw’ (2016).

Het Gemeentemuseum Den Haag koestert een van de mooiste internationale sculptuur verzamelingen in Nederland. In 1930 werd de collectie uitgebreid met Het bronzen tijdperk (1876) van Auguste Rodin en enkele jaren daarna ook Aristide Maillol’s Île de France (1920-1925). In de jaren vijftig worden belangrijke sculpturen aangekocht, zoals La petite danseuse (1878) van Edgar Degas, Pomona (1949) van Marino Marini, de beroemde Cactusman (1939) van Julio González en Large Locking Piece (1963-1964) van Henry Moore. Recentere aankopen zijn de CELL XXVI (2003) van Louise Bourgeois, de draadsculpturen (1969 en 1988) van Fred Sandback en de technologische reliekhouder van Paul Thek uit 1965. Ook in de tuin rond het museum staan een aantal indrukwekkende sculpturen van David Bade, Donald Judd, Henry Moore en de recent verworven Antony Gormley.

Bekijk alles onder Beeldhouwkunst