21ste eeuw

Eigenlijk begint de 21e eeuw in de tweede helft van de jaren ’80 van de twintigste eeuw, toen de Berlijnse muur viel en een nieuwe economische orde de wereld in haar greep kreeg. Een stroomversnelling ontstond toen het internet het verwerven van informatie schijnbaar democratiseerde en ideeën over waarheid onder druk kwamen te staan. Waar eerder stromingen en tendenzen in de betrekkelijke luwte van kleine sociale gemeenschappen konden groeien en bloeien, daar kregen schilderkunst, beeldhouwkunst, grafiek en reproduceerbare media als video en fotografie allemaal een gelijk speelveld. De kunstenaar werd óf een ondernemer, óf een betrekkelijk eenzelvige, los van de markt opererende maker.

Voortbordurend op de verworvenheden van de kunst vanaf 1960 zochten de beste kunstenaars een verstandhouding tot die uitingen die intrinsiek eigenzinnig waren, op hun zoektocht naar een positie als verdedigers van het zielenleven. Het werk van Paul Thek, Günther Brus, Reinhard Mucha, Markus Lüpertz en Isa Genzken overschrijdt de grenzen van de gekozen beeldvorm – of het nu minimalisme, surrealisme, arte povera, de aloude schilderkunst of popcultuur is – om door te stoten tot verregaande mentale en zelfs fysiek ervaarde werkelijkheden. Het doorbreken van de grenzen van voorgaande stromingen heeft iets subversiefs. Deze kunstwerken slagen erin om bij de bezoeker een lichamelijke sensatie op te wekken, wellicht omdat ze vanuit dezelfde soort ervaringen zijn ontstaan. Dat gebeurt ook in het werk van Mark Dion, Berlinde de Bruyckere en Carla Black en Tacita Dean.

Dat doen kunstenaars de ene keer heel gedisciplineerd, zoals in het werk van Tjebbe Beekman, Torsten Brinkman, Robert Zandvliet en Daniël Richter, die laten zien dat de schilderkunst weer terrein aan het winnen is. De andere keer gaan kunstenaars los improviserend te werk, zoals in het werk van Emo Verkerk, Marcel van Eeden en Raquel Maulwurf, die aantonen dat er een hernieuwde interesse is in de tekenkunst. Al deze kunstenaars volgt het Gemeentemuseum en zij wil grotere ensembles in de collectie bewaren en zichtbaar maken aan het publiek. De algemene deler – ook in het verzamelbeleid – is de schoonheid die de toeschouwer ertoe aanzet ongekende emoties aan te boren en contact te maken met de eigen werkelijkheid.

Bekijk alles onder 21ste eeuw