Blauweregen

Afgelopen maand stapte ik in Parijs op de trein. Vanaf Gare-St-Lazare, meerdere malen vastgelegd door Claude Monet (1840-1926), reisde ik af naar Giverny. In dit kleine dorpje kocht Monet rond 1890 een huis en een uitgestrekt stuk land dat hij liet omtoveren tot een adembenemend mooie tuin. Tot aan zijn dood stortte hij zich op het schilderen van zijn rozenstruiken, zijn Japanse brug en de inmiddels beroemde waterlelies in zijn vijver.

Schuilend onder mijn paraplu liep ik over het tuinpad. De stromende regen leek de chrysanten, zonnebloemen en Oost-Indische kers niet te deren. Alleen een treurwilg aan de waterkant weerspiegelde de gemoedstoestand van de toeristen die gehoopt hadden de tuin onder betere omstandigheden te bezoeken. Terwijl zij tevergeefs de vijver afspeurden naar een enkele waterlelie, tuurde ik omhoog, waar een blauweregen zich rond het hekwerk had gevlochten.

Het schilderij Blauweregen (1917-1920), in de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag, maakte ooit deel uit van een reeks van zeven werken die de blauweregen in Monets tuin verbeelden. Oorspronkelijk zou deze serie een decoratief fries moeten vormen boven Monets magnum opus: zijn ‘Grandes Décorations’. De kunstenaar werkte jarenlang aan dit levenswerk, bestaande uit acht meterslange zinderende impressies van de waterlelievijver. In 1927 werden deze schilderijen in twee ellipsvormige ruimtes in het Musée de l’Orangerie in Parijs geïnstalleerd. Het plafond van deze voormalige plantenkas was helaas te laag om de serie blauweregens in het ontwerp op te nemen.

Blauweregen is een van Monets meest expressieve schilderijen. De bloemtrossen zijn teruggebracht tot een wirwar van uitbundige paarse en blauwe penseelstreken. Voor Monet was de herkenbaarheid van het onderwerp niet langer een uitgangspunt. In zijn verbeeldingen van Giverny liet hij langzaam maar zeker het onderscheid tussen lucht, water en wolken los. Hij vermeed elke vorm van dieptewerking en hanteerde een steeds lossere penseelvoering. Ook Blauweregen brengt je in verwarring. Zien we de bloemen tegen een blauwe hemel, of kijken we naar een reflectie in het water?

Waarom ging Monet halverwege zijn carrière zo onconventioneel te werk? Lange tijd zag men zijn oogproblemen als de boosdoener. Maar hoewel Monet aan het einde van zijn leven geteisterd werd door staar, kwamen deze expressieve schilderijen vooral voort uit een nieuwe visie. Zelf schreef de kunstenaar: ‘Een halve eeuw lang heb ik geschilderd, en spoedig zal ik de negenenzestig zijn gepasseerd, maar mijn sensitiviteit is met de jaren eerder verscherpt dan afgenomen.’ Ook Blauweregen is het resultaat van deze versterkte sensitiviteit. Monet typeerde het als ‘onderzoeken in kleur en vorm’. In Giverny richtte hij zich niet meer op het schilderen van een bloemperk of waterlelie, maar op de verbeelding van oneindige ruimte bestaande uit kleur, licht, reflectie en vorm.

Ook ik had de verkeerde maand gekozen om Monets tuin te bezoeken. De blauweregen is immers op zijn mooist in het voorjaar. Tegen beter weten in zocht ik naar de paarse bloemen. Opeens zag ik er een, geheel bovenin. Het enkele trosje was al bijna uitgebloeid. Voldaan liep ik terug naar het dorp. Monets tuin is mooi, zelfs in de regen. Maar zijn schilderijen, die zijn pas echt prachtig.

In 2019 organiseert het Gemeentemuseum Den Haag een tentoonstelling over de schilderijen die Monet in Giverny heeft gemaakt.  

Geschreven door Frouke van Dijke, conservator 19e-eeuwse kunst.