5 Mondriaan-mythes ontkracht

Over Piet Mondriaan doen de meest opvallende verhalen de ronde. Vaak omdat er een verklaring wordt gezocht voor de vraag hoe de schilder er toe kwam om zo radicaal abstract te gaan werken. Bij nadere bestudering blijken die verhalen bepaald niet te kloppen. Lees hier de vijf hardnekkigste Mondriaan-mythes:

  • Toen Mondriaan al een paar jaar in Parijs woonde, begonnen Nederlandse journalisten over hem te schrijven in de kranten. Er verschenen een aantal artikelen, waarbij zijn bijzondere atelier (met de vele kleurvlakken op de muren - als ware een schilderij in 3D) een hoofdrol speelde. Het atelier werd afgeschilderd als een kloostercel, waar Mondriaan als een monnik aan zijn schilderijen werkte. Hoewel het een beeld was dat bij veel mensen aansloeg, was het tegendeel waar: Mondriaan ontving maar wat vaak bezoek in zijn atelier (wel nadat van te voren het bezoek was aangekondigd), hij speelde er graag zijn nieuwste grammofoonplaten, en als vrouwelijke bezoekers er zin in hadden werd er naar hartenlust gedanst. Hoewel Mondriaan zijn kunst uitermate serieus nam, klopt het beeld van een kluizenaar in een kloostercel niet.

  • In het verlengde van het kluizenaars-verhaal ligt deze mythe dat Mondriaan nooit een amoureuze relatie met iemand zou hebben gehad. Van het tegendeel getuigen de bewaard-gebleven brieven en dagboeken in de archieven. Mondriaan is eenmaal verloofd geweest (maar verbrak zijn verloving toen hij naar Parijs vertrok in 1912), en er bestaan twee briefwisselingen met vrouwen die getuigen van een (mislukte) verliefdheid - Willy Wentholt (tussen 1918 en 1923) en Lily Bles (rond 1928).

  • Omdat Mondriaan in zijn abstracte schilderijen voornamelijk geometrische vormen gebruikte, wordt er vaak gedacht dat het een soort trucje of formule is, die Mondriaan keer op keer toepaste. Maar niets is minder waar: Mondriaans schilderijen zijn het resultaat van zijn intuïtie - het is voor hem iedere keer weer opnieuw zoeken naar de juiste compositie en verhoudingen tussen de horizontalen, verticalen, en kleurvlakken.

  • Mondriaans schilderijen komen niet voort uit een formule. Integendeel zelfs. De schilderijen staan in sterk verband tot zijn leven in de grote steden waarin hij woonde: Parijs, Londen, New York. In zijn schilderijen probeerde Mondriaan de energie die van deze grote steden uitgaat te vertalen naar composities vol dynamiek en ritme – een ritme bestaand uit gekleurde vlakken en een steeds nieuw lijnenspel.

  • In zijn latere abstracte werk gebruikte Mondriaan nog maar drie kleuren: rood, blauw en geel. Geen groen, want de schilder zou niet van de natuur houden. Maar zijn overwegingen om slechts de primaire kleuren te gebruiken, komen voort uit hele andere redenen: in zijn kunst wilde Mondriaan de essentie achter de zichtbare wereld vangen. En om een essentie uit te beelden, had je de meest essentiële elementen van de beeldtaal nodig. Voor Mondriaan waren dat de primaire kleuren, horizontalen en verticalen. Net zoals de diagonaal een variatie op horizontaal en verticaal was, was groen een variatie op de primaire kleuren. Dus gebruikte Mondriaan beiden niet. Het gerucht dat hij niet van de natuur zou houden deed in Parijs al de ronde, later ook in New York. Mondriaan vond dit grappig en cultiveerde dit imago. Toen hij op bezoek was bij een vriend in New York, wilde hij met zijn rug naar het raam zitten om maar niet naar de groene bomen buiten te hoeven kijken. Het was een grapje, maar dit werd door zijn gastheer uiterst serieus opgevat.