New Babylon

Constant Nieuwenhuys (1920-2005) vormt samen met onder anderen Karel Appel en Corneille de Nederlandse component van het wereldberoemde Cobra. In 1956 slaat Constant een andere weg in. Hij keert de schilderkunst de rug toe en stort zich vol overgave op een groots architectonisch en urbanistisch project: New Babylon. 


In maquettes, tekeningen, films, grafiek en manifesten verbeeldt hij zijn ideeën over een moderne en vooruitstrevende samenleving. Dankzij aankopen in de jaren zeventig en belangrijke schenkingen van de kunstenaar, beheert het Gemeentemuseum Den Haag de grootste collectie werken van New Babylon ter wereld.

Utopie

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw verandert de maatschappij aanzienlijk. Fabrieken automatiseren veel van hun processen en de welvaart neemt langzaam toe. Het auto- en vliegverkeer groeit waardoor mensen zich steeds gemakkelijker, sneller en verder kunnen verplaatsen. Door een nieuwe balans tussen werk en vrije tijd krijgen mensen meer ruimte voor zelfontwikkeling. Door deze maatschappelijke ontwikkelingen is een nieuwe inrichting van de wereld volgens Constant noodzakelijk.

New Babylon

Met zijn utopische New Babylon creëert hij een ideale wereldwijde stad van de toekomst waarin dynamiek centraal staat en waar ‘verticaal’ geleefd wordt. Zijn flexibel in te richten gebouwen bestaan uit op pilaren gebouwde, netvormige structuren die zich uitstrekken over Europa. Deze structuren  bestaan uit verschillende sectoren met meerdere niveaus waartussen de mens zich te voet en met liften beweegt. Klimaat, lucht en licht worden kunstmatig geregeld. Onder de gebouwen door rijden auto’s, bussen en vrachtwagens. Op het dak is er ruimte voor voetgangers, groene wandelpromenades en landingsbanen voor vliegverkeer.  

Homo Ludens

Constant gaat met New Babylon uit van een alternatieve, volledig geautomatiseerde maatschappij, waarin arbeid overbodig is geworden. Hierdoor is de mens vrij om zich volledig te richten op het ontwikkelen van creatieve ideeën. De bewoner van New Babylon, de Homo Ludens (de spelende mens), bepaalt zelf het steeds veranderende uiterlijk van zijn leefomgeving zonder beperkingen of grenzen. Omdat de mens in het dagelijks leven alle ruimte heeft om zich creatief te uiten, zal de noodzaak kunst te maken verdwijnen. De autonome kunstdisciplines –schilder- en beeldhouwkunst, dans en theater - gaan op in het spel van het scheppen van het leven zelf.

Objecten

[72 stukken]

Pagina's