Expressionisme

Met kracht, expressie, felle kleuren en vaak een ruige penseelvoering richt  het expressionisme zich vooral op het zo direct mogelijk en onvervalst weergeven van emoties. In de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag bevinden zich hoogtepunten als het Schilderij met witte vorm van Wassily Kandinsky, de vurige Csardasdanseressen van Kirchner en het onvolprezen, intieme portret van zijn vrouw Edith door Egon Schiele.

Nieuwe tijd

Aan het begin van de twintigste eeuw raakt Europa in een stroomversnelling. De technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen van de voorafgaande decennia spelen een steeds grotere maatschappelijke rol. De moderne tijd is aangebroken en kunstenaars streven naar nieuwe manieren om dit te verbeelden.

Op zoek naar oorspronkelijke en onvervalste uitdrukkingsmogelijkheden, vinden zij inspiratie in kindertekeningen en primitieve beeldvormen van volkeren uit Afrika en Oceanië. Oude schildertradities worden losgelaten en daarvoor in de plaats komt het werken vanuit gevoel met veelal felle kleuren. Het is niet langer noodzakelijk om een herkenbaar beeld van de werkelijkheid te geven; een gezicht kan ook groen zijn of een boom blauw. Deze opvatting legt de basis voor de moderne kunst in de twintigste eeuw.

Die Brücke & Der Blaue Reiter

In Duitsland ontwikkelt het expressionisme zich in het eerste decennium van de twintigste eeuw rond twee belangrijke centra: Die Brücke in Dresden met kunstenaars als Ernst Ludwig Kirchner, Erich Heckel, Emil Nolde en Karl Schmidt Rottluff en Der Blaue Reiter in München met onder andere Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke, Paul Klee en Heinrich Campendonk. Deze twee kunstenaarsgroepen tonen veel overeenkomsten, maar alleen de laatste brengt een abstracte schilderstijl voort – die van de Rus Wassily Kandinsky. Het Gemeentemuseum organiseerde in 2010 een grote tentoonstelling over Der Blaue Reiter en de voortrekkersrol van Kandinsky.

Expressionisme in het Gemeentemuseum Den Haag

Sinds de jaren twintig verzamelt het museum Duitse expressionistische grafiek. In 1928 wordt de collectie uitgebreid met het Portret van Edith van Egon Schiele, een hoogtepunt van het Oostenrijks expressionisme. Na de Tweede Wereldoorlog worden belangrijke schilderijen aangekocht, zoals de Csardasdanseressen (1908-1920) van Kirchner, Landschap in Dangast (1913) van Max Pechstein, Meisjes met strohoeden (1913) van August Macke, het Zelfportret van Heinrich Campendonck (1912) en de Vrouwenkop (circa 1911) van Alexej von Jawlensky. Deze schilderijen vormen samen met de werken van Emil Nolde, Paula Modersohn Becker, Karl Schmidt Rottluff en Wassily Kandinsky, de belangrijkste collectie Duits expressionisme in Nederland.
 

Objecten

[919 stukken]

Pagina's