Over het licht in de schilderkunst

Images for this exhibition

  • Ton Boelhouwer, Twee wanden tegenover elkaar met de vloer ertussen en een goot in het midden, 2005-2006, olieverf, aluminium, hout en papier, 299 x 695 x 726 cm.

Afgelopen op 11-11-2007

Twee intens gele aluminium wanden en vloeren, een felgekleurd hekje; de opstelling van nieuw werk van Ton Boelhouwer (Den Haag, 1960) is net een minimalistisch theaterdecor. Niet zo vreemd dat Boelhouwer vaak wordt bestempeld als beeldhouwer of installatiekunstenaar. Maar niets is wat het lijkt, want bij Boelhouwer staat juist het schilderen centraal: niet op het geijkte paneel of doek, maar op uiteenlopende architectonische voorwerpen. Centraal in de tentoonstelling ‘Over het licht in de schilderkunst’ in het Gemeentemuseum Den Haag staat een installatie van deze kunstenaar. Daarnaast is er werk te zien van onder meer Sol LeWitt, Bruce Naumann en JCJ Vanderheyden.

Boelhouwer verwondert zich over alledaagse verschijnselen en gebruiksvoorwerpen. Door deze in een ander materiaal -vaak aluminium- om te zetten en ze te beschilderen, probeert hij meer grip te krijgen op de dingen die hem omringen. Door zijn werkwijze ontdoet hij objecten niet alleen van hun functie, maar ook van hun symboliek. Het voorwerp wordt tot een nulpunt teruggebracht, zodat de beschouwer de kans krijgt om het op een nieuwe manier te bezien en er een nieuwe betekenis aan te geven. Bij dit laatste is het schilderen het belangrijkste. Als een onderzoeker experimenteert Boelhouwer telkens weer met de mogelijkheden van verf. Twijfel over de eigen gemaakte keuzes blijkt hierbij essentieel.

Dit wordt geïllustreerd door het bijzondere werk dat op deze expositie is te zien en waarbij hij zijn eigen atelier als uitgangspunt heeft gebruikt. Het bestaat uit twee tegenover elkaar geplaatste wanden met daartussen een vloer die in het midden door een goot is gesplitst. Tijdens het creëren ervan ontdekt Boelhouwer al doende dat bepaalde beslissingen niet de juiste zijn. Bij ‘mislukking’ haalt hij alle verf weer van het object af en begint hij opnieuw. Dit doet hij net zo lang tot het in zijn ogen helemaal klopt. Uiteindelijk zijn de aluminiumwanden van de constructie met titaanwit bewerkt, waarbij de verf er in lange streken op is gebracht; bij de wanden van boven naar beneden, bij de vloeren van links naar rechts. Daaroverheen is een laag cadmium-citroengeel aangebracht, daarover heen weer titaanwit et cetera. De manier waarop deze kleuren over elkaar heen zijn aangebracht, zorgt ervoor dat het werk een bijna onwerkelijk lichtgevend aura krijgt.

Ton Boelhouwer is één van de meest sprekende voorbeelden van kunstenaars die zich niet langer beperken tot het gebruik van de traditionele schilderkunstige middelen. Vanaf de jaren ’60 van de twintigste eeuw grijpen kunstenaars meer en meer naar onconventionele methoden om hun boodschap over te brengen. Penseel, verf en doek zijn niet meer voldoende om het doel te bereiken: complete ruimtelijke concepten, driedimensionale omgevingen en objecten nemen bij een aantal kunstenaars de plaats in van de traditionele middelen. Het driedimensionale schilderij van Boelhouwer wordt op deze tentoonstelling geconfronteerd met kunstwerken uit de eigen collectie van het Gemeentemuseum Den Haag, die zich op het breukvlak van traditie en vernieuwing in de (schilder)kunst bevinden. Onder meer werken van Sol LeWitt, Joseph Albers en John Mclaughlin zijn te zien, maar ook meer recente kunstwerken van Rob van Koningsbruggen en Daan van Golden.   

Bij de tentoonstelling verschijnt een publicatie over het werk van Ton Boelhouwer, samengesteld door de kunstenaar zelf. Ton Boelhouwer, atelierfoto’s is in de museumwinkel te koop.