Minimal Art

Images for this exhibition

  • Donald Judd, Untitled, 1991-1994, Set of eight woodcuts printed in earth green and venetian red, Paper: Japanese laid paper Mitsumata, 67 x 99 cm elk, Oplage: 25, Gemeentemuseum Den Haag.

  • Donald Judd, Untitled, 1991-1994, Set of eight woodcuts printed in earth green and venetian red, Paper: Japanese laid paper Mitsumata, 67 x 99 cm elk, Oplage: 25, Gemeentemuseum Den Haag.

  • Donald Judd, Untitled, 1991-1994, Set of eight woodcuts printed in earth green and venetian red, Paper: Japanese laid paper Mitsumata, 67 x 99 cm elk, Oplage: 25, Gemeentemuseum Den Haag.

  • Donald Judd, Untitled, 1991-1994, Set of eight woodcuts printed in earth green and venetian red, Paper: Japanese laid paper Mitsumata, 67 x 99 cm elk, Oplage: 25, Gemeentemuseum Den Haag.

  • Robert Smithson, Torn photograph from the second stop (rubble). Second mountain of 6 stops on asection, 1969, offset, 29 x 29 cm, Gemeentemuseum Den Haag.

  • Sol Lewitt, Zonder titel, 1992, Gouache op papier, Gemeentemuseum Den Haag.

Afgelopen op 11-05-2014

In 1968 vond in het Gemeentemuseum Den Haag de eerste museale tentoonstelling in Europa plaats van minimal art, een nieuwe Amerikaanse kunststroming, die zich baseerde op eenvoudige, primaire vormen. Amerikaanse kunstenaars als Carl Andre, Sol LeWitt en Donald Judd presenteerden er grote sculpturen die veelal door de timmermannen van het museum werden gemaakt. Het idee dat aan het kunstwerk ten grondslag lag was het belangrijkste. De uitvoering kon door iemand anders worden gedaan. Dit was een radicale breuk met het verleden en een regelrechte aanval op het eeuwenoude principe van de kunstenaar als persoonlijk genie. Op de tentoonstelling in Den Haag toonden zij een koele, zakelijke kunst die los stond van iedere verwijzing of symbolische betekenis. De komende maanden staat in het Berlagekabinet het werk op papier van deze iconische kunstenaars centraal.

Dat het werk van de ‘minimal artists’ veel meer was dan steriele, geometrische abstracte kunst blijkt wel uit de hier getoonde werken – zoals de nauwkeurig gedocumenteerde scheuren in de vellen papier van Sol LeWitt, het typemachine-gedicht van Carl Andre en het werk van Lawrence Weiner waarbij de uitvoering van het idee niet per se noodzakelijk is en waarbij taal de functie van sculptuur vervangt.

Vanaf het begin was de term minimal art omstreden. Verschillende kunstenaars maakten bezwaar tegen de aanduiding omdat zij haar te beperkt vonden voor het werk dat zij maakten. Hoewel het begrip niet de volledige lading dekte, gaf het wel blijk van een gezamenlijk streven om door reductie tot de kern van de kunst te komen. Vanuit die basis bouwden zij een nieuwe kunst op en vormden zij een belangrijke inspiratiebron voor latere generaties kunstenaars. Door het idee als kunstwerk te zien met de mogelijkheid dat iemand anders dit idee kon uitvoeren, vormde de minimal art een van de belangrijkste wortels van de conceptuele kunst.

De minimal art tentoonstelling in 1968 werd samengesteld door Enno Develing (1933-1999). Vanaf zijn aanstelling als wetenschappelijk assistent hield Develing zich bezig met deze kunststroming. Hij haalde onder andere Dan Flavin, Donald Judd, Robert Morris, Robert Smithson en Sol LeWitt naar Den Haag. In 1969 en 1970 volgen solotentoonstellingen van Carl Andre en Sol LeWitt met wie hij goed bevriend was. Het lag voor de hand om minimal art in het Gemeentemuseum Den Haag te tonen. Per slot van rekening werkten deze kunstenaars in de traditie van de geometrische abstracte kunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw met Mondriaan als grote voorganger en sluit het werk prachtig aan bij de architectuur van Berlage. Het Gemeentemuseum Den Haag was dan ook niet voor niets volgens Sol Lewitt het mooiste museum ter wereld.