Mark Rothko

Eerste Nederlandse Rothko tentoonstelling sinds 40 jaar in Gemeentemuseum Den Haag
Nu t/m 01-03-2015

Van blozend roze en jubelend geel, tot knallend blauw en somber zwart. Wanneer je voor de immense doeken van Mark Rothko (1903-1970) staat, voel je hoe je zijn wereld ingezogen wordt. De kleurvelden, opgebouwd uit zinderende verflagen, zijn van een ongekende intensiteit en verbeelden universele gevoelens als angst, extase, tragiek en euforie. Rothko was een intense kunstenaar die alles gaf en zoals vaker met grote kunstenaars, een moeilijk leven kende; gevoed door de ontgoocheling die de wereldoorlogen teweeg hadden gebracht en geteisterd door depressie. Een getormenteerde ziel die tot grootse kunst in staat was, en mensen tot op de dag van vandaag hiermee troost en verwondert. De tentoonstellingen van de Amerikaanse kunstenaar trekken een groot publiek en op veilingen levert zijn werk recordbedragen op. Het Gemeentemuseum Den Haag kondigt met trots een nieuwe tentoonstelling van de kunstenaar aan, vanaf september, meer dan veertig jaar na de laatste presentatie van Rothko in Nederland. Een unieke mogelijkheid om te genieten van Rothko’s werk, de tentoonstelling is enkel in Den Haag te zien en zal niet doorreizen.

Mark Rothko, Untitled, 1953.

Rothko’s schilderstijl vanaf de jaren vijftig, ook wel classic style genoemd, maakte hem wereldberoemd. De interactie met de bezoeker was voor Rothko van groot belang. Een overweldigende emotionele ervaring, voor zowel de kunstenaar als het publiek was voor hem de sublieme vorm van inspiratie, een aan het religieuze grenzend gevoel. ‘Mensen staan voor mijn schilderijen te huilen, omdat ze dezelfde spirituele ervaring hebben als ik had, toen ik het schilderde’. Rothko was niet de eerste abstract kunstenaar voor wie het spirituele aspect belangrijk was, ook kunstenaars als Mondriaan en Kandinsky zagen hun werk als een geestelijke oefening. Wel was hij de eerste die de emotie centraal zette, binnen de tot nog toe tamelijk afstandelijke abstracte kunst.

In de tentoonstelling komt de classic style uitgebreid aan bod, maar er wordt ook aandacht besteed aan het vroege werk, dat minder vaak wordt getoond. Recent onderzoek naar Rothko’s overgangsperiode toont aan dat hij vanuit een soort fauvistisch realisme een zeer eigen vorm van surrealisme ontwikkelde om daarna voor volledige abstractie te kiezen. Het Gemeentemuseum Den Haag is de uitgelezen plek om de ontwikkeling van zijn werk te tonen. Het museum herbergt immers de grootste collectie Mondriaan ter wereld en deze kunstenaar heeft als geen ander een heel duidelijke weg naar abstractie afgelegd. Alhoewel Rothko het in eerste instantie niet leuk vond dat zijn werken door een kunstcriticus ‘blurry Mondrians’ werden genoemd, was Mondriaan wel een van zijn inspiratiebronnen. Hij noemde hem zelfs ‘de meest sensuele schilder die hij kende’, daarmee doelend op het kleurgebruik van de Nederlandse kunstenaar. In de tentoonstelling zullen de overeenkomsten én verschillen in de ontwikkeling van de twee belangrijkste eerste en tweede generatie pioniers van de abstracte kunst voren komen. Ook blijven de verschillen, voornamelijk in het formaat en compositie, tussen Europese en Amerikaanse abstracte kunst zeker niet onderbelicht.

Mark Rothko, geboren als Marcus Rothkowitz, was van Joods-Russische afkomst en groeide vanaf zijn tiende op in Amerika. Niets in zijn afkomst of familie lijkt hem te hebben voorbestemd om kunstenaar te worden. Hij kwam dan ook pas relatief laat en min of meer toevallig tot de ontdekking dat schilderen iets voor hem zou kunnen zijn. Hij volgde enkele opleidingen, maar is zichzelf altijd voornamelijk als autodidact blijven zien. De laatste jaren van zijn leven stonden in het teken van een verslechterde fysieke en geestelijke gezondheid. Het kleurgebruik van de kunstenaar werd in die laatste periode somberder en donkerder. In 1970 maakte hij een einde aan zijn leven.  

Bekijk ook de langere film:

Bij de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde catalogus met artikelen van onder andere Joost Zwagerman, Franz- W. Kaiser en Harry Cooper. Ook is er een interessant interview met kunsthistoricus Henk van Os toegevoegd die Mark Rothko geregeld bezocht in zijn atelier de laatste maanden van zijn leven.

De tentoonstelling wordt mede mogelijk gemaakt door de Turing Foundation.