Goede sier Nederlandse Keramiek 1880 – 1940

Images for this exhibition

  • Melkkan en melkbeker van geglazuurd aardewerk, uitvoering Société Céramique Maastricht, 1930-1940, hoogte melkkan 17,8 cm, collectie Gemeentemuseum, Den Haag. Fotografie: Sylvia Korving/styling: Erna W.A. Onstenk

Afgelopen op 26-11-2006

In 2005 is de omvangrijke collectie Nederlands vernieuwingsaardewerk van de jurist Jaap Douma (1917-2002) in het bezit van het Gemeentemuseum gekomen. Naast grote namen, zijn in deze verzameling ook verrassende ontwerpen uit kleinere fabrieken te vinden. Dit stelt het museum in staat een gedetailleerd overzicht te geven van Nederlands sieraardewerk uit de periode 1880-1940.
Een van de eerste bedrijven dat vernieuwingsaardewerk op de markt bracht, was de Delftse plateelbakkerij De Porceleyne Fles. Deze fabriek verwierf vooral bekendheid met het Nieuw Delfts dat vanaf 1910 werd vervaardigd en zowel qua decor als vormgeving geïnspireerd op islamitisch aardewerk. De oosterse vormen zijn versierd met plant- en diermotieven. Een speciaal transparant glazuur zorgde voor de zo karakteristiek uitvloeiende kleur-effecten.

Eierschaalporselein

Terwijl de vernieuwingen van De Porceleyne Fles vooral technisch van aard waren, richtten plateelbakkerijen als De Distel, Rozenburg en Zuid-Holland zich meer op de versieringen. Met name de Haagse Plateelbakkerij Rozenburg heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het nieuwe gezicht van het Nederlandse sieraardewerk. Dit is in eerste instantie te danken aan de architect T.A.C. Colenbrander (1841-1930) die in de periode 1885-1889 een voor die tijd volledig nieuw productieassortiment ontwierp. Op de wereldtentoonstelling van 1900 bracht Rozenburg het delicate eierschaalporselein op de markt. Het succes van dit roomwitte porselein, waarop dieren en planten in een licht kleurenpalet zijn aangebracht, zorgde voor veel navolgers als de Goudse plateelbakkerijen Regina en Zuid-Holland. Er zijn in die tijd ook fabrieken die door kunstenaarsontwerpen uitvoerden waarbij de functie van het voorwerp het uitgangspunt was in het ontwerp. Zo voerde de Utrechtse Faience- en Tegelfabriek Holland in de jaren 1904-1906 eetserviezen uit naar ontwerp van H.P. Berlage en Jac. van den Bosch. De eenvoudig gevormde handvatten, dekselknoppen en tuiten met vloeiende belijning sluiten logisch bij de hoofdvorm aan. Geïnspireerd door de ideeën van De Stijl ontwierp Cornelis van der Sluys gebruiksaardewerk dat gebaseerd is op geometrische vormen. Een aparte categorie vormt het crisisaardewerk dat in de jaren dertig ontstond en zijn naam heeft te danken aan de moeilijke economische omstandigheden van die tijd. Dit aardewerk, dat om kostbesparende overwegingen slechts werd versierd met allerlei glazuurvarianten, bleek onverwacht populair. Zelfstandig gevestigde pottenbakkers, onder wie L. Nienhuis, en Chris Lanooy, genoten natuurlijk de meeste vrijheid. Pottenbakkersechtparen als Hobbel-Van Harten en Wildenhain-Friedländer nemen hierbij met hun experimenteel aardewerk een bijzondere plaats in.

Publicatie

Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Het Keramiek Boek. Nederlands vernieuwingsaardewerk 1880-1940 van de hand van Titus M. Eliëns (€14,95), samensteller van de tentoonstelling. Het boek is te zijner tijd te koop in de museumwinkel.

Keramiek taxatiedag

Op 7 september organiseert het museum in samenwerking met het Amsterdamse veilinghuis Christie’s een speciale keramiektaxatiedag (tijd: 11.00 – 16.00 uur).