Glas uit de Oriënt

Images for this exhibition

  • Vier flessen geblazen, Syrië en Iran, 12e, 18e/19e eeuw. Hoogte, van links naar rechts: 23, 36,4, 6,7 en 22,4 cm. Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Afgelopen op 21-10-2007

Het Gemeentemuseum heeft als enig museum in Nederland steeds een grote belangstelling aan de dag gelegd voor islamitisch glas en bezit tegenwoordig een rijke collectie die de geschiedenis van het glas uit de Oriënt weerspiegelt. Nu laat het Gemeentemuseum een uniek overzicht zien van die collectie, waaronder enige recente aanwinsten.

Hoewel op het gebied van de islamitische kunstnijverheid de aandacht meestal uitgaat naar keramiek, heeft ook glas onverminderd in de belangstelling gestaan. Essentieel voor de vorming van de glascollectie van het Gemeentemuseum was Pim Mulier, een van de belangrijkste Nederlandse collectioneurs die ook islamitisch glas aankocht. Mulier legateerde het museum in 1954 zijn prachtige glasverzameling.

Decoratief materiaal in bouwkunst

In deze tentoonstelling staat de geschiedenis centraal van de islamitische glaskunst die al rond 2500 v. Chr. in Phoenicië (het huidige Libanon) aanving, toen daar het produceren van glas werd ontdekt. Vanaf de zevende eeuw, toen het islamitische geloof zich verbreidde en Damascus het centrum werd van de eerste kaliefen, is te zien dat glas niet alleen voor gebruiksvoorwerpen werd gebruikt, maar ook als decoratief materiaal in de bouwkunst. Op het gebied van decoraties werden van de Romeinse glasblazers vele technieken overgenomen, zoals het graveren, slijpen en patronen aanbrengen in reliëf. Rond 1200 werd daar in Egypte en Syrië de emailtechniek aan toegevoegd: fijngemalen gekleurd glas, met een olieachtige substantie gemengd en op glas aangebracht. De (gebruiks)vormen in glas zijn talrijk: van peervormige flesjes met glazen stekels, olie- of balsemflesjes voor in de hammam tot flesjes voor zwarte kohl, inktpotten en flessen met lange smalle halzen voor parfums. Prachtig versierde stukken zijn de olielampen, reliekhouders en bekers die veelal een ceremoniële functie vervulden, zo ook de topstukken van de tentoonstelling: een bekken uit het begin van veertiende eeuw die in email is versierd met kalligrafische teksten, plantenranken en lotusbloemen, en een adembenemende Egyptische moskeelamp uit ca. 1325. Dit voorwerp is, eveneens in kleurig email, versierd met een aan Allah gewijd opschrift en naturalistische decoratiemotieven met daartussen het Mamelukse wapen van de opdrachtgever, voor wiens madrassa (koranschool) de lamp was gemaakt.

Hollandse jeneverflessen

Rond 1500 neemt in de Oriënt de import van Europees glas toe, met name uit Venetië, waar kwalitatief hoogstaand geëmailleerd glas werd gemaakt. Zelfs moskeelampen werden er vervaardigd, in een techniek die de Venetianen nota bene aan de islamitische glasblazers hadden ontfutseld. De expositie toont ook Westerse voorbeelden geïnspireerd op Oosterse voorbeelden, zoals Hollandse jeneverflessen die in India met email werden beschilderd in Perzische miniatuurstijl. Het 19e-eeuwse oriëntalisme zorgde voor een wedergeboorte van de islamitische glaskunst op Europese bodem, zoals een pelgrimsflesje en bekken van Franse makelij laten zien.

Themanummer Vormen uit Vuur

Bij de tentoonstelling geeft het tijdschrift Vormen uit Vuur een themanummer uit, met teksten van drs. Jef Teske, oud-conservator islamitische kunstnijverheid van het Gemeentemuseum, en prof. dr. Titus M. Eliëns, hoofd collecties van het Gemeentemuseum. Het tijdschrift, nr. 146/2006 is voor € 13 te koop in de museumwinkel.