Fotoverhalen

Images for this exhibition

  • Thorsten Brinkmann (1971), Donna Delle, 2008, C-print, 189x141 cm

  • Nelli Palomäki (1981), Anni Marie at 24 with Donna, 2009, pigment print, 125x125 cm

  • Helena van der Kraan (1940), Liselotte, 2009, gelatinezilverdruk, 51x39 cm

  • Marcel Broodthaers (1924-1976), La soupe de Daguerre, 1975, chromogene kleurenfoto’s op papier, 53x51 cm

Nu t/m 21-09-2014

Elke foto heeft een verhaal. Waarom fotografeert iemand zijn leven lang alleen maar vrouwenbenen? Wie was de vrouw met de mysterieuze naam Taï Aagen-Moro? Wat zit er in de soep van Daguerre? En hoe vernieuwend was de fotografie van Breitner eigenlijk? Aan de hand van meer dan tweehonderdvijftig fascinerende foto’s uit de collectie van het Gemeentemuseum Den Haag worden deze, en vele andere, vragen beantwoord. Fotoverhalen werpt op een verrassende manier licht op de fotografie van de hele twintigste eeuw tot en met nu.

De vroegste foto dateert uit 1895 en is nooit bedoeld geweest voor publicatie. George Hendrik Breitner (1857-1923) fotografeerde het naaktmodel voor zijn schilderijen. Hoewel geen professioneel fotograaf, kan Breitner wel degelijk worden gezien als een van de voorlopers van de moderne Nederlandse fotografie. Het bewogen, onscherpe beeld zorgt voor een mysterieuze, bijna erotische sfeer die zijn schaduw vooruitwerpt op de sensuele foto’s uit de jaren 60 van Wally Elenbaas (1912-2008) en Gerard Fieret (1924-2009). De nieuwste aanwinst van het museum wordt eveneens getoond. Nelli Palomäki (1981) maakte een foto van een jonge vrouw met haar hond die zij toevallig op straat heeft ontmoet en met wie een spontane vriendschap ontstond. Palomäki noemt fotografie zelf een melancholisch medium, omdat je slechts een schaduw van een ontmoeting kunt laten zien.

Donna Delle van Thorsten Brinkmann (1971) vertelt een verhaal over klassieke portretkunst. Brinkmann legt zichzelf veelvuldig vast, maar altijd onherkenbaar en vaak refererend aan grote namen uit de kunstgeschiedenis. Zo ook in dit geval, waarbij zijn gezicht verborgen is achter een stuk verwrongen plaatstaal, maar zijn pose, de egale achtergrond en het paarse gewaad zijn gebaseerd op klassieke portretkunst van bijvoorbeeld Titiaan en Bronzino. Bij de serie Paradise Portraits van Erwin Olaf (1959) wordt een verhaal verteld over coulrofobie, angst voor clowns. De serie toont kwaadaardig lachende clowns met uitgelopen schmink naast vrouwelijke modellen die perfect zijn opgemaakt en neutraal kijken. De vrouwen ogen daardoor net zo griezelig als de clowns. De titels van de foto’s, de naam van de geschminkte persoon, benadrukt dat het om echte personen gaat en niet om monsters.

Voor Fotoverhalen heeft het Gemeentemuseum Den Haag aan de hand van de genres landschap, portret en stilleven geput uit de eigen collectie. De collectie omvat tevens talrijke voorbeelden van de Nieuwe Fotografie uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. Veel fotografen waren destijds op zoek naar een eigen taal en experimenteerden volop met elementen als opvallende afsnijdingen of diagonale lijnen. In de afgelopen twaalf jaar is de collectie enorm uitgebreid, mede dankzij veel schenkingen. Ook de verwerving in 2006 van de belangrijke fotoverzameling van de Amsterdamse galeriehouder en uitgever Willem van Zoetendaal betekende een enorme verrijking. De hernieuwde belangstelling voor conceptuele kunst heeft ervoor gezorgd dat ook verwervingen uit de jaren 70 worden getoond van onder anderen Marcel Broodthaers (1924-1976), Ed Ruscha (1937) en Jan Dibbets (1941). De collectie is niet encyclopedisch samengesteld. Doelbewust wordt van bepaalde fotografen – zoals Gerard Fieret, Frans Zwartjes, Anton Heyboer en Helena van der Kraan – een groot aantal foto’s verzameld.