De Romantiek en de Haagse School

Images for this exhibition

  • Willem Roelofs, Rivierlandschap, 1842, 36,3 cm x 47,5 cm, olieverf op paneel, collectie Gemeentemuseum Den Haag, Schenking VNU, 2005

Afgelopen op 25-09-2005

De VNU heeft het Gemeentemuseum recentelijk het schilderij Rivierlandschap (1842) van Willem Roelofs geschonken. Naar aanleiding hiervan is er deze zomer vroeg werk van schilders van de Haagse School te zien dat duidelijk geïnspireerd is op de Romantiek.

De Haagse School verlangde naar een vorm van kunst die gebaseerd is op de alledaagse werkelijkheid. Toch heeft een aantal van de schilders van de Haagse School haar wortels in de Romantiek, een stroming die het tegenovergestelde beoogt. De romantische kunstenaar wilde juist de werkelijkheid ontvluchten en putte voor zijn inspiratie uit onder meer de fantasie, de en uitheemse volken,terwijl de schilders van de latere Haagse School juist geïnteresseerd waren in de volkse types die ze op straat tegenkwamen. In Nederland waren Andreas Schelfhout en Wijnand Nuyen prominente romantische landschapsschilders. Schelfhout had een voorkeur voor het Hollandse wintergezicht, terwijl Nuyen eveneens als Bosboom naar Frankrijk reisden. Willem Roelofs trok met zijn leermeester Van de Sande Bakhuyzen in 1841 langs de Rijn in Duitsland en schilderde er romantische riviergezichten, waarvan er onlangs één door de VNU aan het Gemeentemuseum geschonken is. Ondanks de romantische invloeden in het vroege werk van enkele Haagse School schilders, is er in Nederland in beperkte mate een Romantische beweging geweest. In Frankrijk ontstond de School van Barbizon, een groep schilders die de voorkeur gaf aan het schilderen in de vrije natuur. Kunstenaars als Jozef Israëls en Willem Roelofs trokken naar Barbizon om zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de nieuwe ontwikkelingen. Hun grote voorbeelden waren Jean-François Millet en Théodore Rousseau. In Gelderland, met name in de omgeving van Oosterbeek, troffen Nederlandse kunstenaars elkaar ’s zomers om in de bossen en langs de rivier te schilderen en te schetsen. Men sprak wel van een Nederlands Barbizon. Daar waren vader en zoon Bilders te vinden, maar ook Willem Maris en Anton Mauve. Jozef Israëls richtte zich op de uitbeelding van het leven van boeren en vissers, Weissenbruch en Mesdag kozen voor de duinen en de zee. In 1875 werd voor het eerst gesproken over “De Haagse School” – een groep kunstenaars die zonder uitzondering aanhanger was van het realisme, ook al lagen bij een aantal van hen de wortels in de tijd van de romantiek, zoals nu te zien is in het Gemeentemuseum.