De Haagse School en de jonge Van Gogh

Images for this exhibition

  • Vincent van Gogh, Schevenings naaistertje, 1881, aquarel, Stichting Coll. De Boer

Afgelopen op 16-05-2005

Vincent van Gogh wordt vooral geassocieerd met zonnebloemen, overweldigende kleuren en Frankrijk. Daarbij wordt vaak vergeten dat de wortels van zijn kunstenaarschap in Den Haag liggen. Reden voor het Gemeentemuseum om het werk van de jonge Van Gogh te tonen in de context van zijn toenmalige tijdgenoten. Naast werk uit de collectie van het Gemeentemuseum zal er in de tentoonstelling werk te zien zijn uit de collecties van het Van Gogh Museum, het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Kröller-Müller en vele andere bruikleengevers.

Vincent van Gogh (1853-1890) vertrok in december 1881 naar Den Haag om les te nemen bij zijn neef Anton Mauve, in die tijd al een bekende schilder van de Haagse School. Hij leert veel van Mauve (‘ik houd veel van hem en sympathiseer met hem’) maar ook tekent hij met Georg Hendrik Breitner in volksgaarkeukens en wachtkamers derde klasse, raakt hij bevriend met een collega als Weissenbruch en bezoekt hij Pulchri. Zo legt Van Gogh in Den Haag de basis voor de rest van zijn carrière. In de stad vindt hij diverse plekken die hij graag tekent, ‘pittoresk’ zoals hij dat noemt, of juist ‘in aanbouw’ wat hem even goed bevalt. ‘Zo is er hier’, schrijft hij aan zijn broer Theo, ‘een buurt achter de Bazarstraat en de Laan v. Meerdevoort, waar ik prachtige dingen heb gezien, terreinen die afgegraven werden of opgehoogd, loodsen, planken, hutten, schuttingen, etc. etc. al wat men maar wil.’ De gevoeligheid voor dit soort ‘'eenvoudige" onderwerpen zal later, terug in Nuenen, een hoogtepunt bereiken als Van Gogh, na vele honderden boeren en arbeiders te hebben De Aardappeleters schildert.
Hoewel Van Goghs werk nog een forse omslag maakt als hij in zich in 1886 in Frankrijk vestigt, vergeet hij zijn ‘leertijd’ in Den Haag nooit meer helemaal. Vooral Anton Mauve, zijn stimulator en leermeester blijft hij dankbaar. Als Van Gogh begin maar 1888 hoort dat Mauve is overleden slaat hem dat met diepe droefenis, en schildert hij een prachtige bloeiende perzikboom waar hij ‘Souvenir a Mauve’ onderzet – een opdracht die een zeldzaamheid is in Van Goghs oeuvre. ‘Het leek me dat het ter nagedachtenis aan Mauve iets teders en heel vrolijks moest zijn’, schreef hij aan Theo. Van Gogh mocht dan zijn weggegaan, Den Haag verliet hem niet meer.