De Grote Oorlog in beeld

Images for this exhibition

  • Otto Dix (1891-1969), Sturmtruppe geht unter Gas vor, Uit de serie Der Krieg, no. 12, 1924 / From the series The War, 1924, Ets/Etch

Afgelopen op 31-08-2014

‘Ik moest en zou ervaren hoe het zou zijn als iemand naast je plotseling omvalt en sterft door een voltrefferschot. Ik moest dit aan den lijve ondervinden. Dat wilde ik. Dat maakt mij niet bepaald een pacifist – of juist wel?’ De ambigue houding van kunstenaar Otto Dix ten opzichte van de Eerste Wereldoorlog is tekenend. Het is namelijk onmogelijk een eenduidig beeld te schetsen van deze zogenaamde ‘Grote Oorlog’. Elk land had zijn eigen redenen om mee te doen of om juist zoals Nederland neutraal te blijven. Kunstenaars en tekenaars die de oorlog proberen weer te geven, nemen dan ook allen een heel eigen positie in. De presentatie ‘De Grote Oorlog in beeld’ in het Berlagekabinet van het Gemeentemuseum Den Haag laat aan de hand van werk van Duitse en Nederlandse kunstenaars als Otto Dix, Ludwig Meidner, Käthe Kollwitz, Jan Toorop, Leo Gestel, Jan Sluijters, Piet van der Hem en Willy Sluiter iets van deze verscheidenheid zien.

De moord op Frans Ferdinand van Oostenrijk in 1914 wordt eigenlijk altijd als directe aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog genoemd. De Oostenrijkers namen aan dat Servië betrokken was bij de aanslag op hun troonopvolger en vallen plunderend het land binnen. Deze inval veroorzaakt een domino-effect; binnen afzienbare tijd is er sprake van een oorlog waar alle grootmachten bij betrokken zijn. In 1914 meldt Otto Dix zich als 23-jarige vrijwillig als soldaat aan bij het Duitse leger om ‘te vechten voor een nieuwe en betere wereld’. Aan het westelijk front ervaart hij de minder glorieuze werkelijkheid van de loopgravenoorlog. Omdat hij in 1924 in zijn serie prenten Der Krieg de gruwelen van de oorlog heel intens en gedetailleerd weergeeft, wordt deze al snel gezien als een krachtig statement tegen de oorlog. Dix zelf blijft altijd wat tweeledig. Hoewel hij aangeeft aan nachtmerries te lijden, stelt hij ook de oorlogservaring niet gemist te willen hebben. Het heeft hem zowel als mens en als kunstenaar gevormd.

Ook uitgeverij Paul Cassirer begint in augustus 1914 vol goede moed met de uitgave van Kriegszeit, een wekelijkse, vier pagina tellende ‘krant’ waarin kunstenaars als Max Liebermann en Ernst Barlach reageren op de oorlog. In het begin is de beeldvorming heroïsch. Wanneer het laatste nummer in maart 1916 verschijnt is de toon volledig veranderd; men gelooft niet meer in de oorlog. Cassirer vervangt Kriegszeit door het blad Der Bildermann dat in tegenstelling tot Kriegszeit pacifistisch van toon is. In tegenstelling tot de uitgeverij maakte de expressionistische kunstschilder Ludwig Meidner twee jaar voor het begin van de oorlog al zijn ‘Apocalyptisch Landschap’ een schilderij dat letterlijk vooruit loopt op de zaken en dan al met angstaanjagende trefzekerheid de verwoestende kracht van de oorlog weergeeft. De Duitse graficus Käthe Kollwitz wilde ook snel al ‘NOOIT MEER OORLOG’. Ze ziet armoede en politieke onrust om zich heen en in 1914 sterft haar zoon als musketier in het Duitse leger bij een aanval op het Vlaamse Diksmuide. Waar ze kan maakt Kollwitz  zich met haar affiches sterk voor humanitaire organisaties. Daarnaast toont ze de gevolgen van de oorlog in verstilde tekeningen. Het beeld dat Kollwitz van de oorlog schetst, is het beeld van de onschuldige burger die lijdt onder politieke beslissingen.

Hoewel Nederland neutraal blijft tijdens de Eerste Wereldoorlog, gaat deze niet volledig aan ons voorbij. Op 30 september komt het eerste Belgische fort in handen van de Duitse bezetter en begint de massale uittocht van Belgen via Zeeland. Een aantal kunstenaars – waaronder Jan Toorop en Leo Gestel - is onder de indruk en verbeeldt deze vlucht. Toorop woont in Domburg en wordt zo met de vluchtelingen geconfronteerd, maar Gestel trekt bewust naar het grensgebied toe en maakt meer dan honderd prenten en tekeningen van de uittocht. In het neutrale Nederland is echter ook plaats voor een meer afstandelijke blik op de oorlog. Vanaf het begin van 1915 maken Jan Sluijters, Piet van der Hem en Willy Sluiter spotprenten naar aanleiding van de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het tijdschrift De Nieuwe Amsterdammer (een voorloper van de Groene Amsterdammer). Ze becommentariëren de (mis)stappen van de grootmachten, maar sparen ook het neutrale Nederland zelf niet.