Brian Clarke

Images for this exhibition


The Quick and the Dead
Afgelopen op 14-08-2011

Brian Clarke (Oldham, Lancashire, 1953) ziet altijd en overal lijnen om zich heen. Van jongs af aan tekent hij voortdurend en beschouwt hij alles om zich heen een potentieel onderwerp. Hij werd wereldberoemd met zijn glas-in-lood ramen en kreeg hiervoor opdrachten van Saudi Arabië tot New York.

Voor het eerst zijn in Nederland nu zijn schilderijen te zien waarin hij een abstracte compositie combineert met figuratieve emblemen van spitfires, Porsches, fleurs de lys of kruizen. Voor de projectenzaal, waar kunstenaars gevraagd worden een kunstwerk te maken dat een relatie aangaat met deze bijzondere ruimte, maakt Clarke deze zomer een eigenzinnige installatie met acht monumentale schilderijen, waaronder drie indrukwekkende drieluiken. 

Brian Clarke groeide op in een arbeidersmilieu. Hij schrijft zijn liefde voor de kunst vooral toe aan zijn vader, die werkte als mijnwerker, maar ook prachtige (bruids)taarten maakte voor familie en vrienden. Terwijl Clarke als kleine jongen keek naar zijn vader die de taarten met grote aandacht versierde, groeide het verlangen zelf dingen te creëren. Op zijn twaalfde gaat hij, met een junior beurs, naar de Oldham School of Arts and Crafts, waarna hij opleidingen aan de Burnly School of Art en de North Devon College of Art and Design volgt, waar hij zijn talent ontwikkelt voor tekenen. Wat hem vooral fascineert is het overzetten van dat wat hij voor zich ziet naar het platte vlak van het vel papier. Hij doet dit bijna als een landmeter, met referentietekens en aanduidingen van voor en achter, die uitgroeien tot krachtige expressieve middelen. De fascinatie voor de lijn brengt Clarke al snel in contact met de glas-in-lood traditie. In München leerde hij de fijne kneepjes van de kunst van glas-in-lood en glasschilderen waarmee hij begin jaren ‘80 doorbreekt.

Wat opvalt aan de schilderijen van Clarke is de losse tekenstijl, die soms roekeloos of ‘gedachteloos’ aandoet. Maar dat is schijn, want alles in het beeld is gecomponeerd, precies gewogen, strak georganiseerd. De schilderijen die Clarke speciaal voor het Gemeentemuseum Den Haag vervaardigde, hebben alle een gelijke opbouw. Op een donkere achtergrond tekende hij over de gehele breedte van het doek met een witte stift steeds eenzelfde motief, silhouetten van Porsches, spitfires of fleurs de lys, zodat er een strook ontstaat. Daaronder schilderde hij abstracte kleurvlakken waarbij de randen geheel los staan van de motieven erboven, de verf raakt de lijn van het silhouet niet. Net als in zijn glas-in-lood ramen, waakt hij over de ruimte tussen de verschillende vlakken. Ook de donkere ondergrond doet denken aan zijn achtergrond in de glasschilderkunst. Door het zwart dat het licht absorbeert, komen de kleuren des te beter uit.  

Clarkes fascinatie voor de unieke kwaliteit van de lijn om een silhouet heen is gewekt door het grote bord op zijn eerste school waar al het gereedschap aan opgehangen werd. Op dit bord waren de silhouetten van de gereedschapsstukken geschilderd om de juiste plek aan te duiden. Zo’n lijn is onpersoonlijk en ontbeert de persoonlijkheid van de drager, maar, als dezelfde omtreklijn wordt onderbroken door een kras of een uithaal, toont hij opeens een eigen karakter.
Het ontwerp van de installatie voor de projectenzaal waarbij de toeschouwer geheel omringd wordt door de schilderijen, is mede ingegeven door de waterlelies van Monet. Monet schilderde jarenlang in eenzelfde ruimte aan schilderijen van waterlelies, die hij allemaal om zich heen uitstalde.