Zilver in het kwadraat

Jet van Overeem
04-10-2012

Griffeldiner

Met grote groene kaplaarzen aan, een zwaar geknakte drijfnatte paraplu - en twaalf uur eerder nog beeldig geföhnd haar - stap ik uit een dampende Amsterdamse tram. De stormwind veegt me min of meer de drempel over van de North Sea Jazzclub op het Westergasfabriekterrein. Het ligt niet onmiddellijk voor de hand gezien mijn schoeisel en verwilderde uiterlijk maar toch, ik ben te gast op het Groot Griffeldiner. En dat voor het tweede jaar op rij.

Meneer Kandinsky

De serie kinderkunstboeken waaraan het museum in 2010 vol enthousiasme samen met Uitgeverij Leopold begon, wordt ‘gezien’ door de buitenwereld. Dat blijkt. Het eerste deel  ‘Meneer Kandinsky was een schilder’ van Daan Remmerts de Vries werd vorig jaar bekroond met een Zilveren Griffel. Nauwelijks was het prentenboek ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Kandinsky en Der Blaue Reiter’ er goed en wel, of er moest in allerijl een tweede druk komen. ‘De eerste 5000 exemplaren zijn al op’, meldde Ria van de uitgeverij beduusd en blij. We zijn intussen beland bij de 6e druk.

Keepvogel, Kijkvogel en Mister Orange

En dan dit jaar: twee maal zilver voor kinderboeken rondom Piet Mondriaan die de uitgeverij en het museum van meet af aan graag wilden maken. Een Zilveren Griffel en daarbij nog een Vlag & Wimpel van de Penselenjury voor het prentenboek ‘Keepvogel en Kijkvogel in het spoor van Mondriaan’ van Wouter van Reek. Eerder dit jaar ontving hij hier al de internationale illustratieprijs De Gouden Appel voor. Truus Matti schreef voor 9 jaar en ouder ‘Mister Orange’ waarin Linus,de jonge zoon van een groenteman in New York, sinaasappels bezorgt aan huis bij Piet Mondriaan. Op die manier leert hij Mondriaans wereld kennen. Ook Truus ontvangt deze avond een Zilveren Griffel.

Niet educatief

Ik herinner het me nog goed dat eerste gesprek: Wouter, Truus, Ria en ik op mijn kamer in het museum. Dat Wouter en Truus bij elkaar horen, wist ik toen nog maar net. Bijzonder, zo konden zij zich in de maanden van onderzoek, denken, tekenen en schrijven samen onderdompelen in de wereld van Mondriaan. Wie de twee kinderboeken goed bekijkt en leest, zal merken dat ze inhoudelijk naar elkaar knipogen. Ik hoor het me nog vertellen: ‘We willen geen boeken vol uitleg.’ Niet iets klassiek-educatiefs. Ten diepste iets van kunst begrijpen is van een totaal andere orde dan feiten kennen. De ingang zoeken via het hart, daar gaat het ons om.’ En zo gebeurde het. De kinderkunstboeken – inmiddels een serie van zes prentenboeken en één jeugdroman slaan een brug tussen de wereld van het kind en de kunst van volwassenen. Kunstboeken op zich, dat zijn het.

Oranjerood

En dan worden op die winderige natte avond in Amsterdam in verschillende etappes de prijzen uitgereikt. Er zijn blije speeches en gelukkige winnaars. Met tussendoor pompoensoep voor de gasten en de sprookjesachtige stem van zangeres Céline Cairo die moet opboksen tegen het geluid van een paar honderd mensen die dolgraag met elkaar willen praten. Na het dessert verzamelen de winnende auteurs zich voor de groepsfoto met daarbij duidelijk in beeld alle Griffels in perspex doosjes en koningsblauwe oorkondes die precies lijken op de cijferboekjes uit de jaren ’50 van mijn grootvader die wiskundeleraar was. Na het laatste drankje geef ik Truus en Wouter rozen ten afscheid, oranjerode. Precies tussen het oranje van Linus en het rood van Mondriaan in.

Jet van Overeem
3 oktober 2012