La prima volta: Giorgio Morandi in het Gemeentemuseum, 1954

Giorgio Morandi, Stilleven met groene doos, 1954.
Vera Bertheux
19-02-2014

In 1954 is er in het Gemeentemuseum Den Haag een overzichtstentoonstelling van het werk van de Italiaanse schilder Giorgio Morandi (1890-1964) te zien. Het is de eerste keer dat er een grote tentoonstelling van Morandi buiten Italië wordt georganiseerd. De ongeveer zestig schilderijen die worden getoond, zijn afkomstig uit verschillende collecties van Italiaanse verzamelaars. Naast de schilderijen is bijna het complete grafisch oeuvre van Morandi te zien.

Morandi wordt in Italië in de jaren vijftig beschouwd als de grootste levende schilder van zijn land. Door zijn onderscheidingen op de Biënnale van Venetië in 1948 en de Biënnale van São Paulo in 1950 krijgt Morandi, ook buiten Italië, steeds meer erkenning. Als de toenmalige directeur van het Gemeentemuseum, L.J.F. Wijsenbeek, met conservator K.E. Schuurman, in 1951 op bezoek zijn bij Vitale Bloch in Den Haag, een vriend en verzamelaar van Morandi, zien ze een werk van Morandi en ontstaat het idee om een tentoonstelling te maken. Bij de opening van de tentoonstelling in april 1954 spreekt Vitale Bloch over ‘de menselijkheid en zuivere lyriek’ die uit Morandi’s werk spreekt tegenover de ‘protesterende en polemiserende Picasso’.

Giorgio Morandi in zijn atelier.
Morandi wordt in 1890 te Bologna geboren, waar hij aan de Academie voor Beeldende Kunsten studeert. In zijn ontwikkeling naar zijn karakteristieke, sobere schilderijen met subtiele kleur- en compositievariaties van flessen, vazen en potten is Morandi beïnvloed door Paul Cézanne en het kubisme.
 
In het persbericht van het Gemeentemuseum uit 1954 wordt beschreven dat Morandi vooral na 1920 zijn eigen weg gaat. Hij hanteert zachtere contouren en een sobere, intieme sfeer. Zijn beperking van het onderwerp in de herhaling en hergroepering van vazen en flessen geven zijn schilderijen een bijzondere verfijning en evenwichtige vormgeving. Morandi’s schilderijen zijn geen, zoals een criticus van De Tijd in 1954 schrijft: ‘ ...exuberantie, picturaal acrobatenwerk en modernistisch gegoochel...’, maar ‘...men vindt [bij de tentoonstelling in het Gemeentemuseum] zalen vol kleine stillevens met flessen, stoffige bussen en onooglijke dozen, geschilderd in een wazige kleurstelling, in krijtachtige tonen.’ De kritieken over het werk van Morandi in de tentoonstelling van 1954 zijn lovend. Juist het feit dat Morandi zich onttrekt aan het geven van betekenis buiten het werk en zich in zijn onderwerpen in een klein gebied terugtrekt, geven zijn werk een poëtische kwaliteit en een rijkdom. Volgens Hans Redeker in de Haagse Post is deze vanzelfsprekendheid die Morandi in zijn werk toont zeldzaam en ondergaat men ‘...een zachte verfijnde taal van lyrische intensiteit en stille bewogenheid’.
 
Giorgio Morandi tentoonstelling in het Gemeentemuseum, 1954.

Een verstild stilleven geschonken door de kunstenaar

Op 16 juli 1954 schrijft conservator Schuurman aan Vitale Bloch dat hij graag samen met hem een schilderij bij Morandi in Italië wil uitzoeken. In deze brief is er geen sprake van een gift van Morandi, maar in een brief van 26 augustus schrijft Morandi dat het hem een plezier zal doen een werk aan het Gemeentemuseum te schenken. Morandi schrijft aan Schuurman dat hij op dit moment nog geen werk voor het museum heeft dat hij goed genoeg vindt om te schenken, maar dat hij over enkele maanden een werk zal hebben dat volstaat. Het uiteindelijke schilderij, Stilleven met groene doos (1954), kenmerkt zich door de subtiele kleurnuances en verstilde sfeer. Door de wijze waarop Morandi de objecten schildert, ontstaat er een zekere mate van abstrahering.  De alledaagse objecten, de flesjes en de groene doos zijn niet zozeer het onderwerp voor een realistische weergave, maar vooral een verbeelding in verf en kleur.

Het schilderij Stilleven met groene doos is te zien in de permanente tentoonstelling Ontdek het moderne in het Gemeentemuseum.