De Cells van Louise Bourgeois

Laura Stamps
07-04-2014

"De spiraal is een poging om de chaos te controleren. Het kan twee richtingen op gaan. Waar positioneer je jezelf? […] Als je begint aan de buitenkant ben je bang om de controle te verliezen, je raakt verstrikt in de draaiing, tot het punt dat je bijna verdwijnt. Als je in het centrum van de spiraal begint, kun je de beweging naar buiten maken, kun je geven, de controle opgeven. Dan is de spiraal een gebaar van vertrouwen, van positieve energie, van het leven zelf." - Louise Bourgeois

Louise Bourgeois (Parijs 1911 – New York, 2010) is als klein meisje een echt vaderskindje, maar als ze ontdekt dat haar vader een relatie heeft met hun kindermeisje, gaat haar gevoel uit naar moeder Joséphine Fauriaux. Een moeder die bovendien ziek is en die ze uiteindelijk jaren thuis zal verplegen. Wanneer Louise 21 jaar oud is overlijdt Josephine. Louise is zo wanhopig dat ze zelfmoord probeert  te plegen door in de rivier te springen die zich achter het meubelrestauratie-atelier van haar ouders bevindt. Het is haar vader Louis die haar redt. Een gebeurtenis die het loyaliteitsconflict waar ze dan al jaren onder lijdt compleet maakt en die tegelijkertijd een levenslange bron voor haar artistieke oeuvre blijkt.

Bourgeois de beeldhouwer

Het is haar leraar de schilder en beeldhouwer Fernand Léger (Argentan 1881 – Gif sur Yvette, 1955) die Bourgeois er van weet te doordringen dat ze een beeldhouwer is. Haar vroege beelden zijn opgetrokken uit klassieke materialen als brons en marmer, maar langzaam maar zeker begint ze ook met andere materialen te experimenteren. Latex en jute doen hun intrede en nog veel later zelfs de oude kledingstukken van haar moeder. Hoewel de anekdote uit haar jeugd anders doet vermoeden, is het niet alleen kommer en kwel bij Bourgeois. Op een legendarische portretfoto houdt ze, grijnzend,  haar latex penis La Filette (Het meisje) stevig onder de arm. De  foto is in 1982 genomen, het jaar dat Bourgeois een grote overzichtstentoonstelling in het MoMa New York heeft. Het moment dat ze na vele decennia in de schaduw  gepresenteerd wordt als misschien wel de belangrijkste Amerikaanse beeldhouwer van de twintigste eeuw. Een humorvol symbool voor de overwinning op haar (mannelijke) criticasters?

Cells

Pas in 1986 op 75 jarige leeftijd begint Bourgeois met het maken van haar zogenaamde Cells. Uiteindelijk zou ze er ongeveer 38 maken en vormen ze het belangrijkste deel van haar late oeuvre.  Het zijn een soort kooien waarin van alles is opgesteld. De ene keer is er een deel van het meubelrestauratie-atelier van haar ouders te zien compleet met weefgetouwen voor tapijten. De andere keer is een slaapkamer te herkennen of hangen er allerlei kledingstukken aan hangers. Wie een Cell bekijkt, krijgt de indruk alsof een herinnering of een innerlijke ruimte betreden wordt. En hoewel het hier om Bourgeois herinneringen gaat, zijn er altijd spullen in te vinden die ook aan onze eigen geschiedenis doen denken. Bourgeois slaagt er zo in vanuit haar persoonlijke ervaring, universele beelden te maken.

Cell XXVI

In de collectie van het Gemeentemuseum bevindt zich het werk Cell XXVI (2003). Naast drie fragiele onderrokken, hangt in deze Cell een juten, spiraalvormige pop voor een spiegel.  Wat opvalt is dat spiegel lichtelijk vervormt. Niet alleen wordt de pop niet goed weerspiegeld, je kunt jezelf ook niet helemaal scherp waarnemen.  Iets soortgelijks komt in de drie onderrokjes naar voren. Hoewel gedragen op de blote huid, vertroebelen ze tegelijkertijd het  zicht daar op. Hoe intiem ook, er bestaat altijd een barrière tot een ander mens, er blijft altijd een deel van jezelf verborgen. De juten pop wordt ook gekenmerkt door een tegenstelling. Het is onduidelijk of het hier de binnen- of buitenkant van een lichaam betreft. Kijken we nu naar iemand die vanuit zijn gutfeeling opereert  (vanuit zijn ingewanden)? Of zien we hier een lichaam dat zich in allerlei bochten wringt en daardoor verstrikt is geraakt?

De Cells zijn slechts tijdelijke toevluchtsoorden voor de ziel. Bedoeld om eens te ontstijgen.