De breedte van broekspijpen

Jet van Overeem
10-06-2013

Tussen de ruggen door van de voortdeinende massa op koopavond vang ik in de verte af en toe al een stukje helder roze op van een hoofddoek. Dat zal haar zijn, Fatima. Een vriendin heeft mij met haar in contact gebracht. En nu staat ze daar te wachten voor de winkel van een modeketen waar tieners graag kopen. Op de uitkijk naar die mevrouw van het museum die zo authentiek mogelijk wil laten zien in Wonderkamers hoe een modieuze jonge moslima anno 2013 zich kleedt. Fatima gaat me daar vanavond bij helpen.

Samen

In het centrale gedeelte van Wonderkamers, waar de thematische tentoonstelling met onze collectie in het najaar te zien zal zijn, wil ik namelijk een kleine presentatie maken rondom het thema ‘Samen’. Binnen dat thema heb ik subthema’s voorbereid: een sectie over gezinnen op schilderijen en in foto’s en enkele kleine sculpturen van moeders met hun baby’s (vaders met zuigelingen bleken er niet te zijn in onze beeldencollectie, iets wat los hiervan tot nadenken stemt). Maar ook komt er een stukje tentoonstelling gewijd aan vriendschap en samen leven.

Vanuit de collectie Mode uitgewerkt wil ik in de tentoonstelling graag een moslima en een meisje in Nederlandse streekdracht, samen, met schooltassen, staand bij een fiets. Haren bedekt, allebei. Ja, ook Nederlandse vrouwen en mannen gingen tot na de Tweede Wereldoorlog niet met onbedekt hoofd de straat op. Pet, hoed, of sjaal, het Nederlandse hoofd kreeg vroeger bedekking in de buitenwereld. Bij streekdrachten idem. Dat dan wel vanuit een andere bron dan dat moslima’s hun haren bedekken, maar toch. Nee, kleding van moslima’s hebben we niet in de collectie Mode. Wel outfits uit jongerencultuur van vroeger tijden: hippie, punker, rock’n roll en meer, maar geen moslima. En juist daar heb ik mijn zinnen op gezet. Gaan kopen dus, samen met iemand die het echt weten kan.

Hoofddoek

Helder roze hippe broek met exact dezelfde kleur hoofddoek, lipgloss en een paar grote lieve ogen. Vanaf haar elfde heeft ze een hoofddoek vertelt ze me. Heerlijk leek het haar om die te dragen, liefst in alle kleuren van de regenboog en dan iedere dag een andere die mooi kleurt bij de rest. Inmiddels heeft ze twee lades vol en bewaart ze ze in oplopende kleurtonen. Zoals ik mijn kleurpotloden. Ze zal een foto van haar lades voor me maken. Er blijkt een hoofddoekenwinkel te bestaan in de Schilderswijk. Daar kopen zij, haar zus en haar vriendinnen ze (iets wat ik mij eerder weleens afvroeg: naait men die zelf of waar kun je eigenlijk hoofddoeken kopen?). De eigenaar van de winkel koopt precies die kleuren in die de meisjes willen. Toch staat haar hoofddoek voor veel meer dan mode en esthetisch genoegen. De manier waarop ze hem bindt, vertelt hoe het werkelijk zit. Ze laat het me zien. Heel even wikkelt ze, tijdens het drinken van een colaatje, haar hoofddoek af. Er zijn geen mannen in de buurt dus het kan. Daarbij draagt ze ook nog een strak onderkapje dat haar haren hoe dan ook bedekt. Daaroverheen gaat de sjaal. Ze leert me hoe ik hem straks moet draperen op de modepop en legt uit dat niet alleen het haar bedekt moet worden, maar zeker ook de nek en hals. Ja, vanuit haar perspectief begrijp ik dat. Een vrouwenhals kan inderdaad sierlijk zijn en de aandacht trekken. Een sjaal strak om je knot binden zoals je ook wel ziet bij sommige meisjes, “nee, dat is niet de bedoeling”, zegt Fatima vriendelijk maar beslist. “Dat is mode, alléén maar mode.”

Mode & moslima

Mode en moslima zijn kan uiteindelijk toch goed samengaan zie ik aan Fatima. Maar het levert wel een zoektocht op die avond. Vraag één: wat kan een moslima in de zomer zoal dragen, afgezien van haar hoofddoek? Een lange jurk of rok, al dan niet met legging en een vestje of colbert erop. Maar een tuniek of ruim vallend, wat langer model blouse op een lange broek is ook prima. Strakke kleding is daarentegen niet de bedoeling. Het gaat erom dat je de vormen van het lichaam niet zo goed ziet. “Ja, je ziet ze natuurlijk wel, maar je moet er niet mee te koop lopen”, legt Fatima uit. We besluiten te zoeken naar een tuniek met broek. Item één is zo gevonden, maar dan de broek nog. De ene winkel in, de andere winkel uit. Met armen vol textiel loop ik als persoonlijk assistent achter Fatima aan die alle broeken aan haar kritische blik onderwerpt. Zijn de broekspijpen breed genoeg? We lopen vast, de broeken blijken deze zomer gierend smal van snit. Geen nood, we switchen naar een lange jurk. Die is zo gevonden, want de retro maxi jurk viert momenteel hoogtij. Damestas erbij, want jonge moslima’s zien er graag volwassen uit, legt ze uit. We zijn klaar. Morgen fiets ik zelf wel even naar de Schilderswijk voor de aanschaf van een kapje en hoofddoek. “Wel een kleur kiezen die goed past bij de jurk”, drukt Fatima me nog op het hart.

Wat een vrolijke energie heeft die Fatima. Na het VMBO, de MBO-opleiding ‘Mode’ gedaan. Nu studeert ze aan het HBO ‘Small business’. Een droom heeft ze. Eigen baas worden en een winkel openen met zelf ontworpen kleding voor moslima’s. “Merk je het”, zegt ze: “Wij moeten altijd zo zoeken naar geschikte kleding. In mijn winkel is later alles geschikt voor moslima’s die van mode houden.” Tot besluit geef ik Fatima ons collectieboek ‘Ontdek het Moderne’ cadeau en laat haar een foto van het museumgebouw zien. Ze bladert er nieuwsgierig in. “Ik hou van mooie dingen”, zegt ze zacht. In het Gemeentemuseum is ze nog nooit geweest, maar dat zal binnenkort veranderen. Naar de opening van Wonderkamers komt ze vast en zeker.