Vormenkinderen

voor: groep 2 t/m 4
duur: 75 minuten

 

De wereld om ons heen bestaat uit eindeloos veel vormen. Sommige hebben vaste namen zoals ovaal, ruit en cirkel, voor andere kun je zelf woorden verzinnen, bijvoorbeeld: ‘druppelvorm’ of ‘wolkvorm’.

Aan de hand van kijkopdrachten en spelletjes leren de kinderen vormen benoemen. Door het in de museumzaal uitleggen van grote geometrische puzzelstukken naar aanleiding van wandschilderingen van Sol Lewitt leer je die vormen goed kennen. De kinderen werken telkens met concrete voorwerpen zodat ze de verschillen echt ervaren, tussen geometrisch en organisch, maar ook tussen twee- en driedimensionaal.

Dan is er tijd voor het vormenspel. De kinderen krijgen stoffen zakjes in handen met een voorwerp erin. Door goed te voelen, tekenen ze dat wat zij vermoeden dat erin zit. Dat is spannend: tekenen wat je voelt maar niet kunt zien!

 

  • sluit aan bij: kerndoelen Kunstzinnige oriëntatie, Rekenen/wiskunde

De kinderen:

  • Kunnen aan het eind van de les de basisvormen herkennen, benoemen en beschrijven.
  • Ontdekken de basisvormen in uiteenlopende kunstwerken.
  • Ervaren door te handelen en aan te raken het verschil tussen organische en geometrische vormen.
  • Doen spelletjes en opdrachten die met vorm te maken hebben.
  • Maken tekeningen op basis van tast en waarneming.