In de tijd dat elektriciteit alleen nog maar experimenteel in laboratoria gebruikt werd en onder de bevolking, zeker in grote gebieden van de jonge Sovjet-Unie, nog onbekend was, wekte de Russische onderzoeker Lev Sergeyevich Termèn (1896-1993) in 1921 grote opschudding met een uitvinding. Aan een houten kastje op poten waaruit twee metalen antennes staken ontlokte hij, door geheimzinnige gebaren in de lucht te maken, nu eens glissando dan weer staccato eenstemmige melodieën, van fluisterend zacht tot denderend hard. Hij presenteerde hiermee zijn naar hem genoemde theremin of termènvox ook wel aethervox genoemd. Het principe van de theremin is gebaseerd op de werking van twee generatoren die elektrische trillingen opwekken. Eén generator heeft een vaste frequentie; de andere, die verbonden is met een naar boven uitstekende antenne, heeft een variabele frequentie. De capaciteit van de generator met de variabele frequentie kan gewijzigd worden door meer of minder massa (de rechterhand dichterbij: hogere toon, of verder weg: lagere toon) in het elektromagnetische veld van de antenne te brengen. De frequenties van beide generatoren zijn zo hoog, circa 300 kHz., dat het oor deze niet kan waarnemen. De signalen worden daarom door een elektronische schakeling geleid die het verschil van de beide frequenties op een laag, wel waarneembaar niveau brengt. Twee musiciennes kregen als medewerksters van Termèn internationale faam met het bespelen van de theremin: Clara Rockmore en Lucy Bigelow Rosen. Hoewel de theremin pas een halve eeuw na de eerste pogingen om elektriciteit toe te passen bij de productie van muziek werd gepresenteerd, is het toch een van de voorlopers van de elektronische muziek, en zelfs de meest fascinerende. De wijze waarop het menselijk lichaam bij dit instrument betrokken is, zonder daarmee overigens fysiek contact te hebben, maakt de theremin uniek.